Op woensdag 3 maart 2010 vindt het Buma Harpen Gala plaats. Voor het eerst in de geschiedenis van het Buma Harpen Gala wordt dit jaar de prijs voor Het Beste Nederlandse Lied bekend gemaakt. Naast deze publieksprijs worden de winnaars van de Buma Gouden- en Zilveren Harpen evenals de winnaar van de Buma Exportprijs tijdens een live televisieprogramma in Hilversum geëerd. De winnaar van Het Beste Nederlandse Lied 2009 wordt bepaald door jullie. Tot 19 februari a.s. kan gestemd worden via de website van het Buma Harpen Gala . De tien nominaties zijn een selectie van de best verkochte en meest gedraaide Nederlandse songs van 2009. De TROS zendt woensdag 3 maart het Buma Harpen Gala vanaf 20:30 uur uit op Nederland 3, live vanuit Studio 22. Naast optredens van de winnaars betreden diverse andere artiesten het podium. Als vanouds zorgt het Metropole Orkest o.l.v. Jules Buckley voor de muzikale begeleiding.
Met Inglourious Basterds keerde Quentin Tarantino gloedvol terug na het verkeersongeluk dat Death Proof in meerder opzichten was. Zijn spaghettiwestern in de Tweede Wereldoorlog was zelfs zijn meest succesvolle film ooit en haalde meer binnen dan Pulp Fiction. Revu geeft 5 dvd’s van Inglourious Basterds weg en doet er ook nog eens vijf kekke petjes bij. Hebben? Geef dan antwoord op de vraag: welke Italiaanse regisseur maakte het origineel, Inglorious Bastards?
Steeds meer studenten gebruiken Ritalin en Modiodal om zich te kunnen focussen op hun tentamens. Revu test de breindrugs.
Verder in Revu:
In gesprek met popsensatie Kyteman: ‘Ik ben naast mijn schoenen gaan lopen.’
Nederland is geliefd bij de Italiaanse maffia. Veel grote clans investeren hier en gebruiken Rotterdam als doorvoerhaven voor drugs.
Het egoïsme van Lightspeed Champion.
De zwanenzang van Heath Ledger. Of hoe regisseur Terry Gilliam de film The Imaginarium of Doctor Parnassus toch af kon maken.
Alles aan Destine is Amerikaans. Maar ze komen uit Tilburg.
Timo Lassy – Round Two (Ricky-Tick) * * *
In februari verschijnt het tweede album van José James, de man die vocale jazz weer cool maakte. Tot dat (geweldige) moment is er het tweede soloalbum van de Finse saxofonist Timo Lassy. Daarop zingt James twee heerlijke vingerknipjazz-liedjes. De rest van het album zorgt ook al voor blauwe vingers. Eerder gedaan, beter gedaan ook, maar hier toch ook heel goed gedaan.
Glerum Omnibus – 57 Variations (Favorite) * * * *
Contrabassist Ernst Glerum is een van de belangrijkste en beste Nederlandse jazzmuzikanten – hij won vorig jaar de Boy Edgar prijs. Hij plukt en hij strijkt, en in zijn eigen trio doet hij beide met verve. Lied-achtige composities, met veel variatie (ziedaar de titel) en veel spanning. Tegen het einde mag de lekker lijzig zingende pianist Ruben Hein laten horen hoe mooi Too Much van The Spice Girls eigenlijk is.
The Keyboard Circle – The Keyboard Circle (678) * * * *
Herbie Hancock, Chick Corea, Rob Franken. De laatste naam zegt je wellicht weinig, maar de (inmiddels overleden) toetsenist doet niet onder voor zijn beroemde Amerikaanse collegae. Dit door fan Frank Jochemsen afgestofte concert uit 1976 laat horen hoe inventief, soulvol en een tikkie vreemd Franken (met drummer en mede-toetsenist) op de synthesizers en elektrische pianos was. Belangrijk Nederlandse jazz-archiefmateriaal, terecht heropgepoetst.
Het zegt veel over de gitarist Steve Vai dat hij zijn gitaren een naam geeft en ook dat er een indrukwekkende rij effectpedalen voor hem op het podium staat. Maar misschien zegt het nog wel het meest dat daarnaast een ventilator staat. Vai is de Hans Klok onder de gitaristen. Hij behandelt z’n instrument virtuoos, maar enige ijdelheid is de man uit Long Island niet vreemd. Vai komt op in een soort gewaad, met daaronder een bloemetjesshirt dat zelfs Albert Verlinde in de kast had laten liggen. Terwijl hij noten als diarree de zaal in slingert, wappert zijn lange haar wulps langs zijn hals. De gitarist rekt hoge tonen lang uit, terwijl hij zijn vinger als een toverstafje over het publiek strijkt. Vais blik verraadt dat hij tijdens het spelen steeds dichterbij zijn diepere ‘ik’ komt, of in elk geval bijzonder in z’n nopjes is met zichzelf. Vai is een briljante gitarist, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zoals het bij een pornofilm ook niet gaat om de penetratie, zo is een gitaarsolo tijdens een rockshow slechts leuk voor een paar seconden. Dit concert gaat over the top en daarna nog een keer. IJdelheid voert de boventoon, niet muzikaliteit. Steve Vai is de excentrieke spits die met een briljante beweging wil scoren, maar dan naast schiet.
Voetballers moeten salaris inleveren, presentatoren bungelen ook. De carrousel van loven en bieden neemt ongekend ordinaire vormen aan. De vrije markt mokert de huiskamers in van de praatpoppen van de televisie. De gouden geldbergen zijn veranderd in opdrogende riviertjes, waar het tv-vee mokkend op zoek is naar een laatste restje eurovocht. En Martijn Krabbé is de buffel met de meeste dorst. De quizmaster met de neiging om altijd voor te dringen, stoort zich eraan dat hij hard moet werken. De kleine man met het grote ego klaagt dat hij soms drie shows op een dag moet opnemen. En dan de volgende wéér drie, van een ander programma. Wordt hij chagrijnig van, vertelde hij aan Linda.
(Memphis Industries)
Rock * * * *
Toto, Genesis. Dat zijn niet echt bands waar je mee aan kan komen op de Revu-redactie. Dat weten de jongens van Field Music ook. En dus begint de band uit het Engelse Sunderland, waar ooit leden van Maxïmo Park en The Futureheads in zaten, op Measure met toegankelijke popliedjes die uit het fijne pennetje van James Mercer van The Shins hadden kunnen komen. Maar halverwege dit dubbelalbum, bij het nummer met de toepasselijke titel The Rest is Noise, komt opeens heel subtiel een Toto-pianootje (denk Hold the Line) binnenschuiven en even later een typisch Genesis-gitaarlijntje. Dat zal die Britpoppers leren!
Het debuut van The Mad Trist is de natte droom van elk beginnend bandje. De Limburgers kregen ruim tijd om aan nummers te sleutelen, werden gecoacht door 3FM’s rockgeweten Eric Corton en hadden een van dé muzikale talenten van Nederland als producer; Torre Florim, zanger van De Staat. Het ronkende geluid op Pay The Piper walst hierdoor over je heen, zonder lomp, complex of geforceerd te worden. The Mad Trist is het neefje van De Staat: net zo donker, maar dankzij aanstekelijke melodieën en de fantastische stem van Arthur von Berg iets toegankelijker.
‘Based on a true story’ is de enigszins overbodige ondertitel van deze reconstructie, gebaseerd op de ervaringen van moeder Beth Holloway. De dramatisering begint en eindigt met de bekende verborgen camerabeelden waarin Patrick van der Eem (met litteken!) Joran van der Sloot een halve bekentenis ontfutselt. Dat de acteur die Joran speelt meer op zanger Van Velzen lijkt, draagt niet bepaald bij aan het drama. Voor de rest volgt deze tv-film braaf de wetten van de Ware Woensdagfilm, waarin de politie altijd lui en nalatig is. Wel curieus om een Amerikaan Peter R. de Vries te zien spelen.
(Walt Disney Records)
Rock * * * *
In 1988 nam Los Lobos een cover op van het Jungle Book-liedje I Wanna Be Like You, voor de prachtige Disneyfilm-tribute Stay Awake. Ruim twintig jaar later volgt er een heel album van de band uit Los Angeles, die cultureel zeker niet minder heeft betekend dan het bedrijfje van Ome Walt. De melancholische tex-mex-muziek past prima bij tranentrekkers als I Will Go Sailing No More (uit Toy Story), terwijl het dik feest is bij Bare Necessities (ook Jungle Book). Had graag een mariachi-versie van Wish Upon A Star gehoord, maar vooruit. Dit zijn onverslijtbare liedjes voor alle leeftijden.
* * *
Drama van Stian Kristiansen
Noorwegen, 1989. De Berlijnse Muur is net gevallen maar behalve een geschiedenisleraar maakt niemand zich daar druk over op de middelbare school van Jarle. Met zijn middelbare schoolvrienden is hij drukker bezig met hun postpunkbandje. Hun vaste fan, de mooie Katrine, is tevens de vriendin van Jarle. Maar zijn zekerheden gaan wankelen wanneer hij verliefd wordt op een nieuwe leerling van de klas: een jongen die ook nog naar synthesizerpop luistert. Dit goed geacteerde Noorse kassucces is een prettig nostalgische coming of age film met een sterke soundtrack; muziek van The Stone Roses, The Jesus and Mary Chain, R.E.M., Japan en The Cure draagt bij aan de sfeer.
Wees niet bang, ik dacht ook dat Beach House een zanger had. Eentje die grote hoogtes kon bereiken, dat wel, zoals de Mercury Rev-zanger dat ook doet. Maar het is een dame: Victoria Legrand. En Beach House is geen grote band want met Alex Scally is het duo compleet. Alles op hun derde plaat Teen Dream sluit aan bij de dromerige vocalen van Legrand. De keyboards, gitaren en andere klanken suizen gevoelig door de ruimte en zorgen om de beurt voor de allermooiste melodieën. Niet minder dan de definitieve doorbraak.
* * * *
Historisch spektakel van John Woo
In september zal John Woo tijdens het festival van Venetië geëerd worden met een lifetime achievement award. Een goed getimede onderscheiding, want met zijn laatste film, Red Cliff, heeft de Chinese regisseur zijn vorm weer hervonden. Die was hij in de loop van zijn tienjarig verblijf (1993-2003) in Hollywood namelijk een beetje kwijtgeraakt, hoe aardig films als Face/Off en (het onderschatte) Windtalkers ook uitpakten. Met Red Cliff viert de regissseur de terugkeer op zijn geboortegrond meteen maar even met de duurste Chinese productie ooit, die in eigen land ook nog eens alle kassarecords kraakte.
Het goede nieuws is dat Woo het verhaal van de strijd tussen drie Chinese krijgsheren in de derde eeuw na Christus, mede dankzij de computer, tot een adembenemender spektakel weet om te smeden dan Avatar. Het slechte nieuws is dat we het in Nederland alleen met de dvd moeten doen die bovendien de gehalveerde exportversie bevat van het oorspronkelijk vijf uur durende epos. Niet getreurd: zelfs een geamputeerde Woo veegt de concurrentie met gemak van tafel.
Jij houdt van noten. Ik niet. Maar ik houd wel van jou. Dus houd ik ook van noten. Dit is waar het nummer Peanuts over gaat, een duet van Stuart Staples en Mary Margaret O’Hara. Er zat altijd wel iets komisch in de schijnbaar halfdronken gemompelde hartebreekromantiek van Tindersticks, maar zo koddig waren ze niet eerder. Het schept enige verwarring: zat de tong eigenlijk al zeven albums lang ferm in de wang? Was Staples geen baken in romantisch onzekere tijden, maar een clown? Van de stijlvol uitgevoerde country-soul krijg je in ieder geval een tevreden glimlach. Da’s ook iets.
* * *
Horrorfantasy van Christopher Smith
In Triangle loopt een zeiltochtje fataal af. De personages verdwijnen niet in de Bermuda Driehoek, zoals de titel suggereert, hun staat iets veel akeligers te wachten. Wat dat is, moet om de pret niet te bederven geheim blijven, maar wie er de mythe van Sisyphus even op naslaat, krijgt al een vermoeden. Nóg een hint dan. Een goede gewoonte in filmland is om met een zogenaamde pitch belangstelling te wekken voor een nieuw project. In dit geval zou dat geweest kunnen zijn: Memento meets The Shining. Smith graaide zijn invloeden dus overal vandaan, maar het resultaat mag er zijn: claustrofobische horror van nachtmerrie-achtige allure.
Oberschwaben, daar gebeurt het. Voor de bejaarde vakantieganger dan. Toch komt Get Well Soon gek genoeg uit dit Zuid-Duitse gebied. Het is in niets hoorbaar. Konstantin Gropper, de man achter Get Well Soon, pakt liever groter dan groots uit. Als het niet theatraal is, is het ook niet goed. Daarom zwieren strijkers, vullen blazers de gaatjes op en krijgt een zangkoor volop de ruimte. Overdreven? Welnee. De dramatiek van de Duitser is juist meeslepend en vol overtuiging in elkaar gezet. Eindelijk iets spannends uit Oberschwaben dus.
* * * *
Thriller van Daniel Alfredson
In de bioscoop vanaf 21 januari
Het bestsellersucces van de Millennium-trilogie kreeg navolging in de bioscoop, waar deel 1 van het Zweedse drieluik ook al een kaskraker bleek. Deel 2 draait nog meer om Lisbeth Salander, de door de charismatische Noomi Rapace gespeelde hacker/punk. Aan het eind van deel 1 zocht ze warmer oorden op, maar bij terugkeer in Zweden raakt ze meteen in de problemen. Er worden kort na elkaar drie mensen vermoord en Lisbeths vingerafdrukken staan op het moordwapen. Haar partner uit deel 1, de misdaadjournalist Mikael Blomkwist (Michael Nyqvist), weet zeker dat Lisbeth onschuldig is, maar hoe moet hij dat bewijzen? Deel 2 is weer tergend spannend, en de cliffhanger doet snakken naar deel 3 dat over twee maanden uitkomt.
Let’s Go Surfing (Moshi Moshi/V2)
Het begin van 2010 is op muzikaal gebied spectaculair en The Drums dragen daar met verve aan bij. Let’s Go Surfing is zo aanstekelijk als een nummer kan zijn. Het gefluit, de koortjes, de bruggetjes, alles is plezant. Dat geldt trouwens voor de gehele Summertime!-EP waar deze deze song op staat. Op 26 februari staan ze in Bitterzoet in Amsterdam. Zo’n concert waarvan je achteraf kan zeggen dat je er écht bij was.


















