Door: Leon Verdonschot Fotografie: Jasper Suyk
Columns
3

'Hoe ik tot mijn eigen verbazing liefhebber van Jordan B. Peterson werd'

Open brief van columnist Leon Verdonschot aan klinisch psycholoog en bestsellerauteur Jordan B. Peterson.

Beste Jordan B. Peterson,

Na alle verhalen in de media over jonge, vaak wat jankerige mannen die hevig beïnvloed zijn door je boek 12 Regels voor het Leven, is dat boek nu eindelijk verkrijgbaar in Nederland, vertaald door maar liefst vijf vertalers. Het is uitgegeven door Mai Spijkers, de uitgever die er prat op gaat zijn grootste bestsellers zelf niet eens te lezen.

Omdat noch de felheid van je tegenstanders, noch de dweepzucht van je fans me een erg betrouwbare indruk leek te geven van je werk, heb ik je boek, met de apocalyptische ondertitel Een Remedie Tegen Chaos, zelf maar tot me genomen. Dat het op de flap wordt aanbevolen door de ernstig verwarde man Leon de Winter kon me er niet van weerhouden.

Je boek heeft de besliste toon waar met name Amerikaanse zelfhulpboeken in uitblinken. Daar moet je tegen kunnen, van die zinnen als geboden, zoals ‘Als we allemaal correct leven, zullen we gezamenlijk floreren’.

De eerste regels zijn een pleidooi voor een trotse, zelfverzekerde houding. Het lijken me zinnige aanbevelingen, net als die om te staan voor je daden en voor jezelf en waardevolle vriendschappen aan te gaan. Ik vind een formulering als ‘Rechtop staan met je schouders naar achteren betekent de ark bouwen die de wereld beschermt tegen de zondvloed’ enigszins lachwekkend in een wereld waarin de meeste mannen je boek net als ik zullen lezen in een koffietentje terwijl ze op hun iPhone hun Spotify-playlist afluisteren, maar goed: overdrijven mag.

In je vierde regel leg je uit waarom ouders hun kinderen dienen op te voeden, in plaats van hun beste vriend te zijn. Je hoeft maar een kwartier in een willekeurige luchthaven, treincoupé of eetgelegenheid met jonge gezinnen te verblijven om te zien hoe zinnig dit pleidooi is. Dat je het pleidooi vermengt met het principe dat er twee ouders moeten zijn, vind ik dan weer onzinnig. Ik ken veel vrouwen die in hun eentje een kind opvoeden en dat uitstekend doen. Een ervan was mijn eigen moeder.

Je pleidooi om je eigen huis eens op te ruimen voor je de wereld de maat neemt, is uiteraard een metafoor, maar iedereen die weleens bij een vrijgezelle man thuis komt, weet dat het ook letterlijk genomen een uitstekend advies is. Volgens mij is dat, veel meer dan ik op basis van alle verhalen óver je had vermoed, de waarde van je boek: het is een overtuigend pleidooi voor mannen om verantwoordelijkheid te nemen. Dat je je medemannen duidelijk tot meer in staat acht dan vrouwen, die je geregeld terugbrengt tot emotie en chaos, daar valt nogal wat op af te dingen, maar er zijn gelukkig vele andere boeken waarin dat gebeurt.

‘Streef na wat betekenisvol is (niet wat opportuun is)’, vond ik ook al zo’n mooie stelling, en toen was ik pas op de helft. En, tot mijn eigen verbazing, opeens ook een van die liefhebbers geworden van deze licht autoritaire, vaak ouderwetse, maar betrokken vaderfiguur.