Door: Jerry Hormone Fotografie: Jasper Suyk
Columns
3

'Bijna was ook ik een verwarde man'

Columnist Jerry Hormone zat er in 2011 helemaal doorheen. Bijna was hij een verwarde man. Het enige wat een beetje hielp, was drinken. Veel drinken. Ondertussen is het 2018 en gaat hij alweer jaren hartstikke lekker.

Stukje in de krant: ‘Ruim 60 procent meer incidenten met verwarde mensen.’ Afgelopen jaar rukten veldwachter Bromsnor en z’n matties ruim 83.500 keer uit om mensen die ze niet meer allemaal op een rijtje hebben terug in het gareel te krijgen. Van de man die om 03.00 uur in een Vinex-wijk op straat staat te schreeuwen tot de vrouw die met een broodmes iemand anders peuter van de kinderopvang komt ophalen.

‘Hoe zou dat nou komen?’ vraagt de politiek – die het afgelopen decennium onder leiding van VVD-minister Schippers met de botte bijl op de budgetten voor de psychische zorg in heeft lopen hakken – zich af. Ja, hoe de fuck zou dat nou komen?

Kijk, de meeste gekken worden niet gek geboren. Waanzin pruttelt tot het overkookt. Als je er niet vlot bij bent, wordt je keuken een teringzooi. Ik heb er zelf tegenaan gezeten, tegen dat overkoken. In 2009 kreeg ik tinnitus (chronische piep in de kop) en eind 2011 zat ik er helemaal doorheen. Ik was altijd al een beetje een zenuwlijer geweest, maar door dat voortdurende gefluit en gesuis in m’n harses was ik een total nervous wreck geworden.

Ik liep erbij alsof ik ieder moment vanuit het niets een stomp in m’n maag zou kunnen krijgen; adem ingehouden, alle spieren gespannen. Het enige wat een beetje hielp, was drinken. Veel drinken. De scherpe randjes van die nimmer aflatende stress afzuipen. Na een biertje of vier voelde ik me weer een beetje mens. Om een uur of 14.00 was ik dronken. Na het avondeten sloeg de relatieve ontspanning om in fatalistische lamlendigheid en als ik dan eindelijk in bed lag, me weer door een dag heen had gesleept, dacht ik: morgen niet wakker worden, nooit meer wakker worden, dat zou geen ramp zijn.

Was ik verward? Stond ik op het punt om met de hondjes van de buurvrouw te gaan jongleren? Ik heb met de gedachte gespeeld, maar wist me in te houden. Nee, zonder gekheid: ik was de wanhoop nabij en wanhopige mensen kunnen rare dingen doen. Dus op naar de huisarts voor een verwijsbrief. Er was toen nog niet al te veel bezuinigd op de psychische gezondheidszorg. Ik kon meteen de mallemolen in. Formuliertje invullen, intake over de telefoon, intake in het echie en gaan met die banaan. Diagnose, therapie, happy pills, the works.

Ondertussen is het 2018 en ga ik alweer jaren hartstikke lekker. Het gaat echter niet zo goed met de budgetten voor de psychische zorg en ook niet met D., een vriend van me. Eerst had ie wat burn-outverschijnselen. Nu is ie full on manisch depressief. Gaat ermee naar de huisarts. ‘Da’s niet best,’ zegt die. ‘Ik verwijs u door naar de psycholoog. Wachtlijst van ongeveer drie maanden.’

Drie maanden. Moet je je godverdomme voorstellen dat je je been breekt en de dokter zegt: ‘Die moet in het gips. Bij het ziekenhuis zijn ze wat druk, over drie maanden kan je terecht.’ Maar goed, mocht u binnenkort D. bij u in de straat horen schreeuwen, of komt hij uw kroost bij het kinderdagverblijf ophalen, dan kunt u de politie bellen.

Gerelateerd nieuws