Door: Richard Luijks Fotografie: ANP
Artikel
8

Even voorstellen: de helden van TeamNL in shorttrack, skeleton & snowboarden

Leuk hoor, dat langebaanschaatsen, maar hoe zit het met de Nederlandse atleten die in Pyeongchang voor medailles gaan in de kleinere sporten?

Shorttrack

Tijdens de vorige Winterspelen in Sotsji (2014) maakte Nederland massaal kennis met shorttrack. Door de goede resultaten van de laatste jaren is de sport in ons land steeds populairder geworden. Het gaat allemaal een stuk sneller dan bij het langebaanschaatsen. Op een korte baan (111,11 meter) gaat het vooral om tactiek, behendigheid in de bochten en een krachtige acceleratie.

Tijdens races van 500, 1000 en 1500 meter zijn er veel inhaalacties wat de sport leuk maakt om naar te kijken, met als toppunt de relay (3000 meter voor vrouwen, 5000 voor mannen). De relay is een wedstrijd waar, per landenteam, drie of vier rijders elkaar constant afwisselen. Door de drukte op het ijs is er weinig tijd en ruimte wat veel valpartijen veroorzaakt. Shorttrack is een type sport waarbij alles mis kan gaan, de beste komt dan ook niet altijd als eerste over de finish.

TeamNL mag in Pyeongchang met een groep van tien shorttrackers aan de start verschijnen. Bij de vrouwen is de hoop gevestigd op Yara van Kerkhof en het 20-jarige toptalent Suzanne Schulting, die beiden tot de wereldtop behoren. Op het EK in Dresden, de laatste grote krachtmeting voor de Winterspelen, haalden ze nog medailles binnen; op de 1000 meter won Schulting het zilver en op de 1500 meter was het Van Kerkhof die tweede werd. Bij de relay ging het minder goed; al in de halve nale werd het Nederlandse vrouwenteam uitgeschakeld, terwijl ze wel derde staan op de wereldranglijst. In Zuid-Korea is alles dus nog mogelijk.

In Sotsji werden er geen grote resultaten geboekt. Bij de relay ging het mis in de eerste ronde en Jorien ter Mors werd vierde op de 1500 meter. Een dag later won ze wel goud op de 1500 meter bij het langebaanschaatsen. Ze komt dit jaar weer in actie, op zowel de korte als de lange baan.

Bij het mannenteam zijn alle ogen gericht op één man: Sjinkie Knegt. De 28-jarige Fries is in de vorm van zijn leven en staat bij elke afstand in het World Cup-klassement en de wereldranglijst in de top 10. Bij het afgelopen EK was Knegt oppermachtig en won hij bijna alles wat er te winnen viel. De relay met het Nederlandse mannenteam en individueel goud op de 500, de 1000 en de 1500 meter. Alleen de individuele 5000 meter wist hij niet te winnen, maar die afstand wordt niet gereden in Zuid-Korea. In Sotsji haalde Knegt de enige Nederlandse shorttrackmedaille binnen; hij werd derde op de 1000 meter.

Voor Nederland zijn er dus genoeg kansen op een shorttrack-medaille. In de Gangneung Ice Arena in Pyeongchang, speciaal gebouwd voor de Winterspelen, moet het gaan gebeuren. De afstanden zijn verdeeld over vijf dagen. Het toernooi start op 11 februari en eindigt op 23 februari met de 1000 meter voor vrouwen en de relay voor mannen, twee disciplines waar Nederland voor het goud zal proberen te gaan. De shorttrackers moeten afrekenen met sterke concurrenten uit landen als China, Canada, Hongarije, Italië, de Verenigde Staten en het thuisland Zuid-Korea, dat de sport al jarenlang domineert. Een aantal Russische shorttrackers, waaronder de zesvoudig winnaar van olympisch goud Viktor An, zijn wegens de verdenking van dopinggebruik geschorst.

Skeleton

Skeleton staat bekend als een van de meest angstaanjagende onderdelen op de Olympische Winterspelen. In 1928 en 1948 stond de sport al op het programma, waarna het in 2002 zijn rentree maakte. De skeletonrijders nemen bovenaan de baan een harde aanloop, om daarna in volle sprint op de slee te gaan liggen. Head-first vliegen de waaghalzen met snelheden tot 135 km/u naar beneden, op weg naar de snelste tijd.

Skeleton heeft zijn naam te danken aan de kleine skeletachtige slee die net als de rijders heel laag op de baan ligt. De sport is zeker niet zonder risico’s. Bij het vergelijkbare rodelen, waarbij de sporters op de rug naar beneden gaan, ging het op de Winterspelen van Vancouver in 2010 gruwelijk mis. De Georgiër Nodar Koemaritasjvili vloog na een te ruimte bocht uit de baan en overleed aan zijn verwondingen.

Tot voor kort waren Nederlanders nooit succesvol in de sport, maar de 24-jarige Kimberley Bos gaat als eerste Nederlandse skeletonster ooit naar de Olympische Winterspelen. Bos begon haar carrière in de bobslee, maar maakte al snel de overstap naar het skeleton. Vlak voor de Spe- len was het nog even spannend of ze wel mee mocht naar Pyeongchang; ze had tot de World Cup op 14 januari in het Zwitserse St. Moritz om zich te plaatsen, maar juist toen werd ze ziek en werd teleurstellend twintigste. Hierdoor eindigde Bos als dertiende in de World Cup-ranking, terwijl een plek bij de beste twaalf nodig was voor kwalificatie. Even leek de deur dicht te vallen voor Bos, maar door een besluit van het Internationaal Olympisch Comité om de Russische topfavoriet Jelena Nikitina te schorsen in verband met doping, kreeg ze toch groen licht.

Ondanks het feit dat Bos wordt gezien als outsider, zal de concurrentie toch rekening met haar moeten houden, want ze kent de baan goed. Vorig jaar, tijdens een wereldbekerwedstrijd op de olympische baan in Pyeongchang, won ze het brons. Op de baan van het Alpensia Sliding Centre wordt in vier heats gestreden om het goud. De eerste twee op vrijdag 16 februari en de laatste allesbeslissende heats een dag later. Grote favorieten zijn de Duitse wereldkampioene Jacqueline Lölling, haar landgenote Tina Hermann en de Canadese Elisabeth Vathje. Als Bos in Zuid- Korea het podium haalt, is ze de eerste Nederlandse ooit die een olympische medaille wint bij een sleesport.

De andere Nederlandse skeletonrijdster Joska Le Conté (30) redde het niet, ze werd zeventiende op de ranking. Bij het mannentoernooi vinden we nog wel een Nederlands tintje: de Ghanees Akwasi Frimpong, die opgroeide in Amsterdam, wist zich ook te plaatsen.

Snowboarden

Sinds het debuut in 1998 is snowboarden niet meer weg te denken uit het programma van de Olympische Winterspelen. Het toernooi is dit keer verdeeld in vijf onderdelen: halfpipe, parallelreuzenslalom, slopestyle, snowboardcross en het nieuwe onderdeel big air. Stuk voor stuk disciplines met adembenemend hoge sprongen en techniek. Nederland kent geen rijke historie in de sport, maar er is wel één overwinning die voor eeuwig op ons netvlies staat gebrand: Nicolien Sauerbreij won tijdens de Winterspelen van Vancouver in 2010 de gouden medaille op de parallelreuzenslalom. Hiermee was ze de eerste Nederlandse ooit die goud won bij een sneeuwsport.

In Pyeongchang wordt Nederland weer vertegenwoordigd op de parallelreuzenslalom. Alpine snowboardster Michelle Dekker gaat net als vier jaar geleden proberen in de voetsporen te treden van Sauerbreij. In Sotsji was de toen 17-jarige Dekker het jongste Nederlandse lid van TeamNL. In het eindklassement werd ze 22ste op de parallelreuzenslalom en negentiende op de parallelslalom, dat in 2014 voor het laatst op het programma stond.

Bij de parallelreuzenslalom starten twee snowboarders tegelijkertijd bovenaan de berg; over twee naast elkaar gelegen parcours strijden ze voor de winst. Op weg naar beneden moeten de snowboarders slalommend om een aantal vlaggen heen die maximaal 27 meter uit elkaar staan. Tijdens de eerste twee kwalificatierondes gaat het om de snelste tijd. Ze kunnen zich zo plaatsen voor het hoofdtoernooi, waar de medailles worden verdeeld. Vanaf dat moment is er een knock-outsysteem, waarbij de snelste doorgaat. De tijden liggen zo dicht bij elkaar, dat één verkeerde bocht fataal kan zijn. Als alles goed gaat, kan Dekker zich meten met de top en hopen op een medaille. Ze komt op 22 februari in actie tijdens de kwalificatie. Als ze doorgaat, mag ze op 24 februari aantreden op het hoofdtoernooi.

Bij het nieuwe onderdeel big air duiken de snowboarders van een veertig meter hoge stellage naar beneden om in één sprong van 25 meter alles uit de kast te halen. De jury beoordeelt de sprong op hoogte, stijl en uitvoering van de trucs. Bij slopestyle moet ook de trukendoos open. Op een parcours komen de snowboarders grinds, sprongen en andere obstakels tegen. Beide dus freestyle disciplines pur sang. Om je als atleet te kwalificeren voor de disciplines, was twee keer een top 12-positie op een World Cup nodig, daarnaast was een top 40-plek in een gecombineerd big air- en slopestyle-klassement vereist.

Degene die zich gekwalificeerd hebben, komen dan ook op beide disciplines in actie. Voor Nederland zijn dat de ervaren Cheryl Maas (33) en de 17-jarige nieuwkomer Niek van der Velden. Maas is een van de pioniers bij het freestyle snowboarden voor vrouwen en heeft in haar carrière vaak op het podium gestaan, maar nog niet bij een olympisch toernooi. Bij de Winterspelen van Turijn in 2006 werd ze elfde bij het onderdeel halfpipe en in Sotsji kwam ze in actie op de slopestyle. Dat liep uit op een mislukking: na twee valpartijen in de halve finale was het toernooi voor haar al afgelopen. Maas is bezig aan een goed seizoen, een medaille is daarom niet ondenkbaar.

Voor debutant Van der Velden, de jong- ste Nederlandse atleet in Zuid-Korea, was deelname in Pyeongchang een verrassing. Het talent had zich gefocust op de Spelen in 2022, maar door zijn snelle ontwikkeling en een 34ste plaats op de kwalificatieranglijst mag hij nu al aantreden op het hoogste niveau. Voor de jonge Nederlander zal er een wonder moeten gebeuren om het podium te halen, want de concurrentie is groot. Vooral landen als Amerika, Noorwegen en Canada doen het erg goed.

Het kwalificatietoernooi bij de slopestyle begint op 10 februari voor de mannen en een dag later voor de vrouwen. De finales zijn op de 11de (mannen) en 12de (vrouwen). Bij de big air zijn de kwalificaties op de 19de en voor de mannen op de 21ste. De medailles worden verdeeld op 23 (vrouwen) en 24 februari (mannen).

Gerelateerd nieuws