Door: jwevertz
Artikel
5

Het levensgevaarlijke werk van Nederlandse oorlogsjournalisten

Altijd zijn ze op zoek naar nieuws, maar ondertussen fluiten de kogels om hun oren. Hoe link is hun werk echt en hoe b...

Altijd zijn ze op zoek naar nieuws, maar ondertussen fluiten de kogels om hun oren. Hoe link is hun werk echt en hoe bang zijn Nederlandse oorlogsverslaggevers in brandhaarden als Oekraïne en Afghanistan? Nieuwe Revu sprak met Olaf Koens, Jan Eikelboom, Peter ter Velde, Lennart Hofman en Natalie Righton.

Rusland-correspondent Olaf Koens werkt voor RTL en de Volkskrant vanuit Rusland. Hij doet geregeld verslag van de oorlog in Oekraïne en was als een van de eerste Nederlandse journalisten op de plek waar de MH17 neerstortte. De Oekraïense milities werden, naarmate hij die locatie naderde, steeds agressiever en bij de checkpoints van de rebellen werden ze ook al onder schot gehouden.

Op vrijdagavond half negen, ongeveer 28 uur na het neerstorten van het toestel, kwam hij aan in het dorpje in de buurt van Donetsk. ‘Het was tricky. We stapten de auto uit en kregen te horen dat we direct weer moesten instappen. Een rebel met wazige ogen laadde zijn kalasjnikov door. We reden weg naar een ander deel waar de rebellen rustiger waren. We mochten uitstappen, foto’s maken en opeens raakten de rebellen in paniek, zijn ze gevlucht. Mijn chauffeur had er ook genoeg van en de reddingswerkers en ik bleven daar achter in het veld.’

De hel Ter plekke trof Koens zo’n beetje de hel aan met om hem heen wrakstukken, persoonlijke bezittingen en lijken. Weet je dan als journalist direct wat er van je verwacht wordt, schiet je in een soort professionele modus? ‘Over de telefoon heb ik nog met moeite een stuk voor de Volkskrant van zaterdag kunnen doorbellen. Alleen met een zaklamp kon je de horror zien. Ik wist zeker dat ik daar moest blijven, heb lang met de reddingswerkers gepraat en ben op een stretcher gaan slapen.

‘Het vreemde is dat er juist bij dit soort grote gebeurtenissen zelden analyses door je hoofd spoken, maar dat je gewoon handelt. De volgende ochtend wist ik wat me te doen stond: alles opschrijven. Alle details. Heel veel foto’s maken. Ik heb niets aangeraakt, heb hooguit met het puntje van mijn pen de cover van een boek omgebogen om de titel te kunnen noteren, en zelfs dat was lastig.’

Natuurlijk was het gevaarlijk wat Koens deed, maar het hoort wel bij zijn werk. Altijd maken oorlogsverslaggevers de afweging tussen het belang van het verhaal en de mate van gevaar die ze lopen. Koens: ‘Angst is, anders dan het spreekwoord doet vermoeden, een heel goede raadgever. Wanneer je bang bent de controle kwijt te raken, is de kans groot dat dat ook gebeurt en dus moet je je plannen dan wijzigen. Gevaar is een betrekkelijk begrip; wanneer je in de verte mortiervuur hoort of bombardementen ziet, weet je dat je relatief veilig zit. Bovendien ben je met collega’s die ook allemaal zitten te rekenen hoe veilig ze zijn. Je moet voor jezelf besluiten wanneer het genoeg is. Bij mij komt dat punt meestal eerder dan bij de meeste van mijn collega’s.’

Thrillseekers De ervaren oorlogscorrespondenten, hebben kritiek op jonge, onervaren thrillseekers die eveneens naar oorlogsgebieden afreizen om verslag te doen. Jan Eikelboom, oorlogscorrespondent voor Nieuwsuur, vindt het toenemende aantal freelancers in oorlogsgebieden echt een probleem. ‘Omdat ze zichzelf en anderen in gevaar brengen. Bovendien hebben ze te weinig contacten en kennis van de vaak ingewikkelde politieke situatie om met goede verhalen te komen. Je moet echt iets afweten van de conflicten, want tijdens oorlogen liegt bijna iedereen tegen je. Als je dan geen onderscheid kunt maken tussen feit en fictie komen er heel verkeerde verhalen in de media. Gevaarlijk, want we zijn vaak het enige lijntje met de politiek en dan worden beslissingen op verkeerde gronden genomen. Dat soort jongens geeft de oorlogsjournalistiek echt een slechte naam.’

Sommigen beweren dat wanneer het misgaat, het eigenlijk altijd de schuld is van de journalisten zelf. Eikelboom is het daar niet mee eens. ‘Je kunt als journalist alles uitsluiten, zorgen voor voldoende veiligheid, maar uiteindelijk flirten we allemaal met de dood.’ Eikelboom vertelt het verhaal over de Amerikaanse journaliste Marie Colvin, een heel degelijk ervaren journaliste, maar in Homs werd ze samen met fotograaf Rémi Ochlik toevallig geraakt door een bom. Datzelfde geldt voor Stan Storimans die op een plein filmde waar alleen die dag daarvoor was geschoten en het gevaar geweken leek. ‘Je kunt ook gewoon pech hebben.’

Romantiek De journalist ontkent trouwens niet dat een vorm van spanning opzoeken hoort bij zijn werk. ‘Oorlog is niet alleen ellende, maar ook spanning en romantiek. Er zit zelfs iets van kameraadschap in: mét elkaar tegen een gezamenlijke vijand. Het is altijd mijn uitdaging om de afweging te maken tussen het belang van het verhaal en de mate van gevaar die je daarvoor wilt lopen. En niet zelden gaat die balans iets meer richting het verhaal. Dat zie je toch aan het filmpje van de BBC. Die ploeg kwam onder vuur van ISIS te liggen, maar bleef filmen. Zo’n aanval van ISIS is natuurlijk geweldig om mee te maken, daar zijn we echt jaloers op met zijn allen, maar het had ook verkeerd kunnen aflopen en dan hadden we het dom gevonden.’

Zelf heeft hij het gevaar ook weleens opgezocht voor het verhaal. ‘Ik ben een keer naar Aleppo geweest om te laten zien hoe de lokale bevolking werd aangevallen en dat was levensgevaarlijk. Onze overweging was echter: als we niet gaan, weet niemand dat dit gebeurt.’

Het hele verhaal staat in de nieuwste editie van Nieuwe Revu. Deze ligt vanaf 20 augustus in de winkels. Nieuwe Revu is ook online los te bestellen. Daarnaast verschijnt Nieuwe Revu ook op de iPad via de app van Tijdschrift.nl. Downloaden doe je hier. Ook eerder verschenen nummers zijn daar te downloaden.