Timo Lassy – Round Two (Ricky-Tick) * * *
In februari verschijnt het tweede album van José James, de man die vocale jazz weer cool maakte. Tot dat (geweldige) moment is er het tweede soloalbum van de Finse saxofonist Timo Lassy. Daarop zingt James twee heerlijke vingerknipjazz-liedjes. De rest van het album zorgt ook al voor blauwe vingers. Eerder gedaan, beter gedaan ook, maar hier toch ook heel goed gedaan.
Glerum Omnibus – 57 Variations (Favorite) * * * *
Contrabassist Ernst Glerum is een van de belangrijkste en beste Nederlandse jazzmuzikanten – hij won vorig jaar de Boy Edgar prijs. Hij plukt en hij strijkt, en in zijn eigen trio doet hij beide met verve. Lied-achtige composities, met veel variatie (ziedaar de titel) en veel spanning. Tegen het einde mag de lekker lijzig zingende pianist Ruben Hein laten horen hoe mooi Too Much van The Spice Girls eigenlijk is.
The Keyboard Circle – The Keyboard Circle (678) * * * *
Herbie Hancock, Chick Corea, Rob Franken. De laatste naam zegt je wellicht weinig, maar de (inmiddels overleden) toetsenist doet niet onder voor zijn beroemde Amerikaanse collegae. Dit door fan Frank Jochemsen afgestofte concert uit 1976 laat horen hoe inventief, soulvol en een tikkie vreemd Franken (met drummer en mede-toetsenist) op de synthesizers en elektrische pianos was. Belangrijk Nederlandse jazz-archiefmateriaal, terecht heropgepoetst.
Lees meer
Door
Guuz Hoogaerts |
MUZIEKRECENSIE | 26 januari 2010 | 12:00 |
Reageer
(FavoredNations)
*
Het zegt veel over de gitarist Steve Vai dat hij zijn gitaren een naam geeft en ook dat er een indrukwekkende rij effectpedalen voor hem op het podium staat. Maar misschien zegt het nog wel het meest dat daarnaast een ventilator staat. Vai is de Hans Klok onder de gitaristen. Hij behandelt z’n instrument virtuoos, maar enige ijdelheid is de man uit Long Island niet vreemd. Vai komt op in een soort gewaad, met daaronder een bloemetjesshirt dat zelfs Albert Verlinde in de kast had laten liggen. Terwijl hij noten als diarree de zaal in slingert, wappert zijn lange haar wulps langs zijn hals. De gitarist rekt hoge tonen lang uit, terwijl hij zijn vinger als een toverstafje over het publiek strijkt. Vais blik verraadt dat hij tijdens het spelen steeds dichterbij zijn diepere ‘ik’ komt, of in elk geval bijzonder in z’n nopjes is met zichzelf. Vai is een briljante gitarist, laat daar geen misverstand over bestaan, maar zoals het bij een pornofilm ook niet gaat om de penetratie, zo is een gitaarsolo tijdens een rockshow slechts leuk voor een paar seconden. Dit concert gaat over the top en daarna nog een keer. IJdelheid voert de boventoon, niet muzikaliteit. Steve Vai is de excentrieke spits die met een briljante beweging wil scoren, maar dan naast schiet.
Lees meer
(Memphis Industries)
Rock * * * *
Toto, Genesis. Dat zijn niet echt bands waar je mee aan kan komen op de Revu-redactie. Dat weten de jongens van Field Music ook. En dus begint de band uit het Engelse Sunderland, waar ooit leden van Maxïmo Park en The Futureheads in zaten, op Measure met toegankelijke popliedjes die uit het fijne pennetje van James Mercer van The Shins hadden kunnen komen. Maar halverwege dit dubbelalbum, bij het nummer met de toepasselijke titel The Rest is Noise, komt opeens heel subtiel een Toto-pianootje (denk Hold the Line) binnenschuiven en even later een typisch Genesis-gitaarlijntje. Dat zal die Britpoppers leren!
Lees meer
Door
Lars Meijer |
MUZIEKRECENSIE | 25 januari 2010 | 12:00 |
Reageer
(Pias)
Rock * * * *
Het debuut van The Mad Trist is de natte droom van elk beginnend bandje. De Limburgers kregen ruim tijd om aan nummers te sleutelen, werden gecoacht door 3FM’s rockgeweten Eric Corton en hadden een van dé muzikale talenten van Nederland als producer; Torre Florim, zanger van De Staat. Het ronkende geluid op Pay The Piper walst hierdoor over je heen, zonder lomp, complex of geforceerd te worden. The Mad Trist is het neefje van De Staat: net zo donker, maar dankzij aanstekelijke melodieën en de fantastische stem van Arthur von Berg iets toegankelijker.
Lees meer
(Walt Disney Records)
Rock * * * *
In 1988 nam Los Lobos een cover op van het Jungle Book-liedje I Wanna Be Like You, voor de prachtige Disneyfilm-tribute Stay Awake. Ruim twintig jaar later volgt er een heel album van de band uit Los Angeles, die cultureel zeker niet minder heeft betekend dan het bedrijfje van Ome Walt. De melancholische tex-mex-muziek past prima bij tranentrekkers als I Will Go Sailing No More (uit Toy Story), terwijl het dik feest is bij Bare Necessities (ook Jungle Book). Had graag een mariachi-versie van Wish Upon A Star gehoord, maar vooruit. Dit zijn onverslijtbare liedjes voor alle leeftijden.
Lees meer
Door
Guuz Hoogaerts |
MUZIEKRECENSIE | 24 januari 2010 | 11:00 |
Reageer
(Bella Union/V2)
Pop * * * *
Wees niet bang, ik dacht ook dat Beach House een zanger had. Eentje die grote hoogtes kon bereiken, dat wel, zoals de Mercury Rev-zanger dat ook doet. Maar het is een dame: Victoria Legrand. En Beach House is geen grote band want met Alex Scally is het duo compleet. Alles op hun derde plaat Teen Dream sluit aan bij de dromerige vocalen van Legrand. De keyboards, gitaren en andere klanken suizen gevoelig door de ruimte en zorgen om de beurt voor de allermooiste melodieën. Niet minder dan de definitieve doorbraak.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 23 januari 2010 | 11:00 |
Reageer
(4AD/V2)
Country-soul * * *
Jij houdt van noten. Ik niet. Maar ik houd wel van jou. Dus houd ik ook van noten. Dit is waar het nummer Peanuts over gaat, een duet van Stuart Staples en Mary Margaret O’Hara. Er zat altijd wel iets komisch in de schijnbaar halfdronken gemompelde hartebreekromantiek van Tindersticks, maar zo koddig waren ze niet eerder. Het schept enige verwarring: zat de tong eigenlijk al zeven albums lang ferm in de wang? Was Staples geen baken in romantisch onzekere tijden, maar een clown? Van de stijlvol uitgevoerde country-soul krijg je in ieder geval een tevreden glimlach. Da’s ook iets.
Lees meer
Door
Guuz Hoogaerts |
MUZIEKRECENSIE | 22 januari 2010 | 12:00 |
1 reactie
(City Slang/V2)
Rock * * * *
Oberschwaben, daar gebeurt het. Voor de bejaarde vakantieganger dan. Toch komt Get Well Soon gek genoeg uit dit Zuid-Duitse gebied. Het is in niets hoorbaar. Konstantin Gropper, de man achter Get Well Soon, pakt liever groter dan groots uit. Als het niet theatraal is, is het ook niet goed. Daarom zwieren strijkers, vullen blazers de gaatjes op en krijgt een zangkoor volop de ruimte. Overdreven? Welnee. De dramatiek van de Duitser is juist meeslepend en vol overtuiging in elkaar gezet. Eindelijk iets spannends uit Oberschwaben dus.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 21 januari 2010 | 15:00 |
Reageer
Let’s Go Surfing (Moshi Moshi/V2)
Het begin van 2010 is op muzikaal gebied spectaculair en The Drums dragen daar met verve aan bij. Let’s Go Surfing is zo aanstekelijk als een nummer kan zijn. Het gefluit, de koortjes, de bruggetjes, alles is plezant. Dat geldt trouwens voor de gehele Summertime!-EP waar deze deze song op staat. Op 26 februari staan ze in Bitterzoet in Amsterdam. Zo’n concert waarvan je achteraf kan zeggen dat je er écht bij was.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 21 januari 2010 | 09:00 |
1 reactie
(Excelsior/V2)
Singer-songwriter * * * *
Tim Knol is in zijn eigen jongensboek terechtgekomen. Het Excelsior-label pikte de singer-songwriter uit Hoorn op en zorgde dat muzikanten uit eigen stal hem live en in de studio bijstonden. Dan sta je in de avond van je tienerjaren opeens te spelen met namen als Anne Soldaat en Jacco de Greeuw van Johan. Het is niet verbazingwekkend deze plaat vol staat met mooie, keurig bijgeschaafde liedjes. Knol maakte in clubs furore als singer-songwriter in de Bob Dylan en Neil Young hoek, maar is opgeschoven naar de popsongs met country-invloeden. Daardoor ontstaat ruimte voor een opgewekte en vooral luchtige kant. Nodig, want Knols zang, het eerste dat indruk maakt, heeft een melancholie die juist in het rustige werk wordt versterkt. Als het bijna te zwaar wordt, gaat Knol op in zijn Wilco-voorliefde. Dat is genieten. Revu riep de 19-jarige met de oerHollandse naam een paar weken geleden al uit tot talent van 2010 en dit debuut bewijst hoe terecht dat was. Prachtliedjes als Sam en Only Waiting wil elke muzikant wel op zijn c.v. hebben.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 20 januari 2010 | 12:00 |
Reageer
(Sony Music)
* *
Tijdens een concert krijg je als bezoeker af en toe dorst. Niets aan te doen. Zo werkt het menselijk lichaam. Die dorst les je aan de bar, bekend terrein. Maar voor muzikanten is het niet zo prettig als iedereen constant richting het bier wandelt, vooral dankzij het gekeuvel dat daar op een of andere manier hand in hand mee gaat (‘Gaaf tot nu toe, hè?’ ‘Nou, maar ik hoop dat ze zus of zulks nummer ook gaan spelen!’). Fucking irritant, dat snap ik, maar beste muzikant: het moet wel van twee kanten komen. Geef toe, jullie bezoekers stappen vast niet en masse naar de toog tijdens het spannendste deel van jullie show, of wel? Afgaande op dit eerste op dvd vastgelegde optreden van Kings of Leon zal de baropbrengst in de O2 Arena op 30 juni 2009 indrukwekkend zijn geweest. Dit concert was één groot bierhaalmoment. Kings of Leon is een prima band, met prima liedjes die ze live ook prima vertolken, maar daar houdt het wat complimentjes uitdelen op. De Amerikanen spelen vlekkeloos, maar draaien hun set net zo plichtmatig af als een bouwvakker die voor de 438ste keer een muurtje metselt. De vier staan daar maar wat te staan, hebben de uitstraling van een mud aardappelen en mompelen slechts af en toen wat zuinige bedankjes de zaal in. Zanger Caleb Followill laat bovendien doorschemeren dat hij eigenlijk niet zo op deze concertregistratie zat te wachten. Eén vraag: waarom is het er dan in godsnaam gekomen? Kings of Leon-fans gaan beter voor een kamerplant zitten, met een cd van hun favoriete band op de speakers.
Lees meer
(RCA/Sony)
Pop * * *
Af en toe lukt het een grote platenmaatschappij nog om zonder een Idols-achtig tv-programma een nieuwe popster te lanceren. Met de Amerikaanse zangeres Kesha Sebert was het meteen goed raak. Zowel haar debuut op rapper Flo Rida’s Right Round als haar eerste eigen single Tik Tok waren Amerikaanse nummer-éénhits. Met Animal heeft de ontbrekende schakel tussen Peaches en Lady GaGa een lekker trashy popplaat vol catchy liedjes in handen, geproduceerd door pro’s als Dr. Luke en Greg Kurstin. Sommige refreintjes zoeken de irritatiegrens op, maar met Ke$ha valt meer lol dan ergenis te beleven.
Lees meer
Door
Job de Wit |
MUZIEKRECENSIE | 19 januari 2010 | 09:00 |
2 reacties
(EMI)
Rock *
Natuurlijk kreeg Interpol commentaar dat ze veel op Joy Division leek, maar debuut Turn on the Bright Lights is een van de beste albums van het decennium. Editors ontving hetzelfde verwijt, maar maakte drie ijzersterke platen op rij. Dan verstomt kritiek. Customs uit België heeft dezelfde invloeden. Ze weten zelfs nummers als Rex en Justine te maken waar vurigheid en hitpotentie van afspat. Waarom de invloeden bij hen dan bloedirritant zijn? Omdat de zang van Interpol-frontman Paul Banks tot aan de intonatie toe wordt gekopieerd, zodat het een parodie lijkt. Dat is zelfs niet grappig.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 18 januari 2010 | 15:00 |
Reageer
(BDB)
Pop * * *
Het eerste album van Badly Drawn Boy in drie jaar tijd bevat muziek ‘geïnspireerd’ door de vorige maand in Groot-Brittannië uitgezonden tv-film The Fattest Man in Britain. Het is dus een soort soundtrack, met terugkerende thema’s, instrumentale stukken, wat stukjes dialoog en – het belangrijkst – een aantal ingetogen, ontroerende liedjes. Een handjevol, welbeschouwd, maar omdat alle nummers muzikaal zo mooi op elkaar aansluiten, met de van Badly Drawn Boy bekende, knappe instrumentaties, hoef je de bijbehorende tragikomedie niet gezien te hebben om de muziek te kunnen waarderen.
Lees meer
Door
Job de Wit |
MUZIEKRECENSIE | 18 januari 2010 | 09:00 |
Reageer
(Polydor/Universal)
Electropop * * *
Delphic uit Manchester opereert in hetzelfde veld als M83. Bombastische synths, galmende gitaren en lieflijke zang. Wel met iets meer spierballen dan die Franse shoegazers. In Engeland maakten ze naam met illegale raves inclusief een eigen generator voor de stroom: Delphic speelt liever niet in naar pis stinkende zweetholen. De band wil dance terugbrengen in de Britse rock, maar doet dat net iets te geforceerd. Wellicht komt het omdat wij hier in Nederland doodgegooid worden met trance en techno, want die rave-synths en kille beats kennen we nu wel. Jammer, want de liedjes zijn van niveau Bloc Party.
Lees meer
Door
Lars Meijer |
MUZIEKRECENSIE | 17 januari 2010 | 11:00 |
Reageer
(Blue Note)
Pop * * * *
Als Madeleine Peyroux in Marokko zou zijn geboren, had ze waarschijnlijk geklonken als Hindi Zahri. Op haar debuut leent Zahri, net als Peyroux, flink uit de blues en de folk. Haar berberwortels worden ook aangesproken, maar puur etnisch wordt het nooit. Dit is eerder het beste van drie werelden. Zahri’s liedjes zijn subtiel ingekleurd, met handgeklap en akoestische gitaren. Hindi’s hese stem heeft ook wel wat weg van die van Peyroux (en daarmee Billie Holiday). Hand Made is een album voor luisteraars die wegdromers willen worden.
Lees meer
Door
Guuz Hoogaerts |
MUZIEKRECENSIE | 16 januari 2010 | 11:00 |
Reageer
(Coop/V2)
Singer/songwriter * *
Hij zingt het echt: ‘I’ve had enough, been through some stuff / I don’t need any more misery to teach me what I should be.’ Pardon? Zanger E heeft een complete carrière gebouwd op leed, dood en ander onheil. Hij teert erop sinds de tijd dat zangers zichzelf creep en loser verklaarden. Ook End Times toont een wereld vol tranen. De klein opgenomen plaat lijkt vol restmateriaal te staan. E heeft een carrière lang prachtige en zorgvuldige liedjes gemaakt, maar die kritische blik is op End Times afwezig. Dat vinden wij weer treurig.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 15 januari 2010 | 12:00 |
Reageer
Komende donderdag en vrijdag wordt in Groningen het Eurosonic-festival gehouden. Tussen de 200 bandjes schuilen vast nieuwe muzikale sensaties, maar wáár? Wij geven drie tips:
1. Everything Everything
Everything Everything gooit zoveel stijlen door elkaar, dat het bijna onwaarschijnlijk lijkt dat de lads aanstekelijke popliedjes afleveren. Het gaat van Beach Boys, naar Radiohead, van Peter Gabriel naar Battles. Toch leverden de Britten met Suffragette Suffragette, Photoshop Handsome en My Keys, Your Boyfriend al drie uitstekende singles op. Dat debuutalbum kan alleen maar eng goed worden. Vrijdag, 23:00 uur, Grand Theatre.
2. The Hickey Underworld
Deze Vlaamse band brult, beukt, scheurt en ramt bloed uit je trommelvliezen, maar dan zo, dat je er ook nog op kunt dansen. The Hickey Underworld maakt ronkende garagerock, met gevoel voor melodieën. Ze stonden al op Rock Werchter, grote Nederlandse festivals zullen volgen, maar deze muziek lijkt bedoeld voor kleine ranzige rockholen. België flikt het weer. Vrijdag, 22:15 uur, Vera.
3. The Black Atlantic
Een van de spannendste nieuwe Nederlandse bandjes staat dit jaar niet op Noorderslag. Is dat een schande? Wij dachten van wel! Gelukkig staat The Black Atlantic, de sfeervolle en meeslepende band van ex-hardcore-zanger en Groninger Geert van der Velde wel op Eurosonic. We zullen dit optreden als Noorderslag pre-party beschouwen. Vrijdag 21:25 uur, Het Pakhuis.
Lees meer
The High Road (Columbia/Sony)
Om de lat maar meteen hoog te leggen: van Broken Bells verwachten we een debuut van het niveau The Postal Service. Daar is de eerste op internet vrijgegeven single The High Road gewoon té goed voor. Broken Bells is een samenwerking tussen Dangermouse (die van Gnarls Barkley) en James Mercer (die van The Shins). De electrojongen opereert subtiel in dienst van het liedje en de zanger veroorzaakt rillingen. In maart meer van dit moois.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 14 januari 2010 | 09:00 |
1 reactie
(Palomine/Pias)
Rock * * * *
Het leek alsof Bettie Serveert de afgelopen jaren had besloten niet meer spannend te zijn. Uitspattingen zoals op het debuut Palomine waren ver weg, eerder besloot de band een semi-akoestische tour te doen. Die concerten waren een lange zit. Met hun nieuwe plaat doemt de vergelijking met R.E.M.’s meest recente album Accelerate op. De Amerikanen lieten albums vol uitgesponnen ballads achter zich en waanden ze zich weer lawaaimakend in een garage. Met Pharmacy of Love heeft Bettie Serveert de vurige jeugdigheid hervonden. De Nederlanders zijn weer stevig en wie de gitaar hoort gieren, weet dat Peter Visser geniet. Het stuwmiddel dat hoorbaar aan de ontwikkeling heeft bijgedragen is Voicst-drummer Joppe die de band op deze plaat aanstuurt. Zelfs de tracklisting is opstandig: slechts negen liedjes waaronder een cover van Moss en het bijna tien minuten durende Calling. Op Semaphore en The Pharmacy schudt Carol van Dijk iedereen wakker die was vergeten dat ze tot de betere zangeressen behoort die dit land kent. Net zoals Bettie Serveert nu écht weer van zich laat horen.
Lees meer
Door
Norbert Pek |
MUZIEKRECENSIE | 13 januari 2010 | 12:00 |
Reageer