Wees niet bang, ik dacht ook dat Beach House een zanger had. Eentje die grote hoogtes kon bereiken, dat wel, zoals de Mercury Rev-zanger dat ook doet. Maar het is een dame: Victoria Legrand. En Beach House is geen grote band want met Alex Scally is het duo compleet. Alles op hun derde plaat Teen Dream sluit aan bij de dromerige vocalen van Legrand. De keyboards, gitaren en andere klanken suizen gevoelig door de ruimte en zorgen om de beurt voor de allermooiste melodieën. Niet minder dan de definitieve doorbraak.
Oberschwaben, daar gebeurt het. Voor de bejaarde vakantieganger dan. Toch komt Get Well Soon gek genoeg uit dit Zuid-Duitse gebied. Het is in niets hoorbaar. Konstantin Gropper, de man achter Get Well Soon, pakt liever groter dan groots uit. Als het niet theatraal is, is het ook niet goed. Daarom zwieren strijkers, vullen blazers de gaatjes op en krijgt een zangkoor volop de ruimte. Overdreven? Welnee. De dramatiek van de Duitser is juist meeslepend en vol overtuiging in elkaar gezet. Eindelijk iets spannends uit Oberschwaben dus.
Let’s Go Surfing (Moshi Moshi/V2)
Het begin van 2010 is op muzikaal gebied spectaculair en The Drums dragen daar met verve aan bij. Let’s Go Surfing is zo aanstekelijk als een nummer kan zijn. Het gefluit, de koortjes, de bruggetjes, alles is plezant. Dat geldt trouwens voor de gehele Summertime!-EP waar deze deze song op staat. Op 26 februari staan ze in Bitterzoet in Amsterdam. Zo’n concert waarvan je achteraf kan zeggen dat je er écht bij was.
(Excelsior/V2)
Singer-songwriter * * * *
Tim Knol is in zijn eigen jongensboek terechtgekomen. Het Excelsior-label pikte de singer-songwriter uit Hoorn op en zorgde dat muzikanten uit eigen stal hem live en in de studio bijstonden. Dan sta je in de avond van je tienerjaren opeens te spelen met namen als Anne Soldaat en Jacco de Greeuw van Johan. Het is niet verbazingwekkend deze plaat vol staat met mooie, keurig bijgeschaafde liedjes. Knol maakte in clubs furore als singer-songwriter in de Bob Dylan en Neil Young hoek, maar is opgeschoven naar de popsongs met country-invloeden. Daardoor ontstaat ruimte voor een opgewekte en vooral luchtige kant. Nodig, want Knols zang, het eerste dat indruk maakt, heeft een melancholie die juist in het rustige werk wordt versterkt. Als het bijna te zwaar wordt, gaat Knol op in zijn Wilco-voorliefde. Dat is genieten. Revu riep de 19-jarige met de oerHollandse naam een paar weken geleden al uit tot talent van 2010 en dit debuut bewijst hoe terecht dat was. Prachtliedjes als Sam en Only Waiting wil elke muzikant wel op zijn c.v. hebben.
Natuurlijk kreeg Interpol commentaar dat ze veel op Joy Division leek, maar debuut Turn on the Bright Lights is een van de beste albums van het decennium. Editors ontving hetzelfde verwijt, maar maakte drie ijzersterke platen op rij. Dan verstomt kritiek. Customs uit België heeft dezelfde invloeden. Ze weten zelfs nummers als Rex en Justine te maken waar vurigheid en hitpotentie van afspat. Waarom de invloeden bij hen dan bloedirritant zijn? Omdat de zang van Interpol-frontman Paul Banks tot aan de intonatie toe wordt gekopieerd, zodat het een parodie lijkt. Dat is zelfs niet grappig.
(Coop/V2)
Singer/songwriter * *
Hij zingt het echt: ‘I’ve had enough, been through some stuff / I don’t need any more misery to teach me what I should be.’ Pardon? Zanger E heeft een complete carrière gebouwd op leed, dood en ander onheil. Hij teert erop sinds de tijd dat zangers zichzelf creep en loser verklaarden. Ook End Times toont een wereld vol tranen. De klein opgenomen plaat lijkt vol restmateriaal te staan. E heeft een carrière lang prachtige en zorgvuldige liedjes gemaakt, maar die kritische blik is op End Times afwezig. Dat vinden wij weer treurig.
Om de lat maar meteen hoog te leggen: van Broken Bells verwachten we een debuut van het niveau The Postal Service. Daar is de eerste op internet vrijgegeven single The High Road gewoon té goed voor. Broken Bells is een samenwerking tussen Dangermouse (die van Gnarls Barkley) en James Mercer (die van The Shins). De electrojongen opereert subtiel in dienst van het liedje en de zanger veroorzaakt rillingen. In maart meer van dit moois.
Het leek alsof Bettie Serveert de afgelopen jaren had besloten niet meer spannend te zijn. Uitspattingen zoals op het debuut Palomine waren ver weg, eerder besloot de band een semi-akoestische tour te doen. Die concerten waren een lange zit. Met hun nieuwe plaat doemt de vergelijking met R.E.M.’s meest recente album Accelerate op. De Amerikanen lieten albums vol uitgesponnen ballads achter zich en waanden ze zich weer lawaaimakend in een garage. Met Pharmacy of Love heeft Bettie Serveert de vurige jeugdigheid hervonden. De Nederlanders zijn weer stevig en wie de gitaar hoort gieren, weet dat Peter Visser geniet. Het stuwmiddel dat hoorbaar aan de ontwikkeling heeft bijgedragen is Voicst-drummer Joppe die de band op deze plaat aanstuurt. Zelfs de tracklisting is opstandig: slechts negen liedjes waaronder een cover van Moss en het bijna tien minuten durende Calling. Op Semaphore en The Pharmacy schudt Carol van Dijk iedereen wakker die was vergeten dat ze tot de betere zangeressen behoort die dit land kent. Net zoals Bettie Serveert nu écht weer van zich laat horen.
I Am Your Skin (Island/Universal)
Ze kwamen net zo snel als we ze weer uit het oog verloren: The Bravery. De lancering van het wavebandje was ideaal, namelijk tijdens de dansrockgolf met namen als Franz Ferdinand en Bloc Party. Dat ze anno 2009 nog bestaansrecht hebben, bewijst de single I Am Your Skin. Om het nummer in twee woorden samen te vatten: The Killers. Vol zoemende electro, een dansbare beat en dramavolle zang zijn in een wel héél pakkend nummer gestopt.
Esthetisch is Stereophonics nooit geweest, maar het gênantste moment hebben ze voor Keep Calm And Carry On bewaard. Afsluiter Show Me The Light is een groots opgezette pianoballad waarin Kelly Jones met een schuurstem als een ernstige verkoudheid gevoelens deelt als ‘teach me to love you / show me the light / because I’m in the darkness / It’s time I got out’. Categorie: dat doet m’n 12-jarige neefje beter. Toch is de verkenning van verschillende lichtere muziekstijlen het aangenaamste wat we in jaren van de band hebben gehoord. Nu die hoestdrank nog.
Een band die doorbreekt heeft het doorgaans druk met zichzelf. De tour, de aandacht, de radiobezoekjes en de stress die de tweede plaat heet. De Staat en Roosbeef braken begin dit jaar definitief door, maar Staat-frontman Torre Florim en zangeres Roosbeef doken toch samen de studio in om zes nummers te schrijven aan de hand van gedichten van verstandelijk gehandicapten. Het stampende Tom Waits-geluid van De Staat en de theatrale pop en vervreemdende zang van Roosbeef blijken elkaar alleen maar te versterken. Hiervoor moeten niet alleen de handen van de gehandicapten op elkaar.
De laatste plaat Humbug was voornamelijk interessant voor de Arctic Monkeys zelf: hun experimenteerdrift kreeg volop de ruimte. Uitschieters zoals op de eerste twee platen stonden er alleen niet op. Die zetten ze gewoon doodleuk op een b-kantje. Catapult was het beste liedje op Humbug geweest. Het leunt dicht tegen de Last Shadow Puppets aan, maar dan zonder de strijkers. Vanaf de eerste seconde raak: ze kunnen het nog wel.
Nadat ze alleen debuut Hot Fuss hadden uitgebracht, werden The Killers gevraagd om festival der festivals Glastonbury af te sluiten. Dat weigerden ze want ook zij vonden het te prematuur om als hoofdact zo’n festival te dragen. Nog geen plaat later – Sam’s Town – zouden ze er hun hand niet voor omdraaien. Niet alleen nam het songmateriaal in kwantiteit toe, ook werden nieuwe anthems geboren als When You Were Young en Bones. Deze dvd is het bewijs dat ze de indrukwekkende Royal Albert Hall overtuigend inpakken. Alles is op grootsheid afgestemd: de pompende drums, een lichtshow die bij een band uit Las Vegas hoort en vier extra muzikanten die verdekt opgesteld het geluid dichtplamuren. Zelfs het magere derde album levert een paar krakers op: de band opent met Human en het feest is begonnen. Toch zal The Killers nooit de nieuwe U2 worden, om de simpele reden dat ze zanger Brandon Flowers in de gelederen heeft. Dat blijft iemand die probeert een frontman te zijn. Hij springt wel op de monitoren maar zijn vuistjes zijn half gebald en zijn ogen schieten onder het publiek door of er overheen. Gelukkig is zijn stemgeluid, in tegenstelling tot vroegere concerten, wel in orde. Flowers stijgt niet boven zichzelf uit, maar kan dit overwinningsfeest zeker niet bederven.
(Helicopter/Pias)
Singer/songwriter * * * *
Wat waren de verwachtingen in België hooggespannen voor het debuut van Bram Vanparys dat daar begin dit jaar uitkwam. Meneer had zonder plaat op Pukkelpop gestaan en kon in een vroeg stadium freefolkheld Devendra Banhart tot zijn fans rekenen. Nu dat langverwachte debuut ook in Nederland uitkomt, kunnen we beamen dat Vanparys veel meer doet dan verwachtingen inlossen. Dit is het beste dat onze Zuiderburen dit jaar hebben voortgebracht. Hoe rijk de folky songs van Alas My Love ook zijn ingekleurd, subtiliteit staat voorop. De zachte gloedvolle opener The Sunset blijkt de blauwdruk van de plaat, maar de Gentenaar varieert ook met een jazzy flirt als Taxidream. Hoe dicht het stemgeluid van de 22-jarige bij Thom Yorke ligt, wordt helemaal duidelijk wanneer afsluiter My Invasions een nieuwe variatie op Lucky van Radiohead blijkt. De kleine liedjes van Alas My Love worden nooit saai en klinken nooit gemakzuchtig. De John Mayers en Jack Johnsons van deze wereld kunnen nog veel van VanParys leren.
El Pino & The Volunteers (10 december in Paradiso)
Eén cd-presentatie houden is ook maar voor mietjes. El Pino & The Volunteers hield die wel op 12 november in een uitverkocht Rotown, maar een maandje later kan het gewoon weer. Deze keer wordt The Long-Lost Art Of Becoming Invisible gedoopt in Paradiso. Als de ingredienten hetzelfde zijn zal de gretig gespeelde melodieuze rock ook hier gloriëren.
Â
The Temper Trap (17 december in Doornroosje, 20 december in De Melkweg)
Het is eeuwig zonde dat debuut Conditions van The Temper Trap te suf klinkt. We worden vrolijk van single Sweet Disposition, helemaal omdat die in het plezante (500) Days of Summer voorkwam, maar de band heeft zoveel meer in haar mars. Dat wordt live keer op keer bewezen. Het is gefreakt, het is bezeten en het zweet gutst eraf. Live is The Temper Trap één van dé ontdekkingen van 2009.
Â
Harder Better Faster Stronger (30 december in Tivoli)
Geloof het of niet, maar de eerste muzikale jaarlijstjes worden nu al opgesteld. Daar komen ook nog de decenniumlijstjes bij. Er worden zelfs hele avonden rond georganiseerd. Harder Better Faster Stronger in het Utrechtse Tivoli De Helling draait om de allerbeste nummers die tussen 2000 en 2010 zijn gemaakt. Het wordt hard dansen tussen muren vol top tien lijstjes.
Revu’s muziekman Norbert Pek mocht plaatjes draaien voorafgaand aan het optreden van Pete Doherty in Utrecht. Het werd een gedenkwaardige avond.
Voor Pete Doherty ziet hij er best goed uit. Een blakend gezicht. Zin in het leven. Als ik langs zijn kleedkamer loop met mijn cd-koffer praat hij op de bank met een schone deerne. In de grote Tivoli-zaal zet ik de eerste nummers op voor de ongeveer tweehonderd mensen die meteen binnenkomen. Daarna wandelt een grote gestalte het dj-hok in. Pete Doherty. Hij speurt in de cd-koffer terwijl alle aanwezigen in de zaal om het hok staan en filmpjes en foto’s nemen. Pete draait al snel mee: Blue van Elastica. Iemand zet bier voor ons neer. Dan heeft Pete een idee. Hij doet z’n hoed af en gooit er vijftig euro in. Pete: ‘We gaan een wedstrijd doen, man. Wie het eerst iemand aan het dansen krijgt wint vijftig euro.’ Ik smijt er vijftig euro bij, Pete zet hoed inclusief geld weer op, en de wedstrijd is begonnen. Pete draait No More Heroes van The Stranglers. Niemand danst. Ik draai This Charming Man van The Smiths. De zaal blijft vooral ademloos naar Pete kijken. Hij zet Stoned Love van The Supremes op en iemand begint te dansen. Dat is een vriend van Pete. Dat telt niet.
Ze zeggen altijd dat Ozzy Osbourne er zo eng uitzag, maar Meat Loaf was ook geen adonis hoor. Door zijn grote bezeten ogen lijkt het alsof hij niet de kop van een vleermuis af wil bijten, maar er het liefst tien op wil vreten. Tijdens de cover Johnny B. Goode trekt hij gekke bekken zoals Jack Black dat ook zou doen, mocht hij ooit de rol van Meat Loaf in een film krijgen. Meat Loaf is tijdens het concert in de Stadthalle Offenbach net zo ranzig rock ‘n’ roll als Meat Loaf moet zijn, inclusief het lange haar dat aan het zwetende gezicht vastplakt. Het is juni 1978 en het klassieke debuut Bat Out Of Hell is nog geen jaar uit. Ze komen dus allemaal voorbij: de titeltrack, You took the words right out of my mouth, All revved up with no place to go en De Hit. Feest dus. Maar wat is de cameravoering van Rockpalast gebrekkig. Niet dat je al te veel uit die tijd hoeft te verwachten, maar de kleuren lijken vlekken, de camera moet soms scherp stellen en het beeld deint lichtelijk op en neer. Toch is het lang niet zo erg als de twee grootste gruwelijkheden uit de muziekgeschiedenis: de bassolo en de drumsolo. Gelukkig staat daar een heerlijk smerige versie van Bat Out Of Hell tegenover. En een hilarisch a-seksuele outfit van Karla DeVito die o.a. de helft van Paradise By The Dashboard Light zingt. Mode is sowieso niet welkom op het podium van Meat Loaf. Bakken zweet wel.
The Strokes zijn nooit meer zo indrukwekkend geweest als op debuut Is This It, dus willen de bandleden wat anders. Albert Hammond Jr. ging solo, Little Joy en Nickel Eye ontstonden. Nu heeft ook zanger Julian Casablancas voor het eerst in zijn leven iets luchtigers gemaakt. Synthpop maakt de intrede in het leven van Casablancas en de drumcomputers zijn zo jaren tachtig kitschy dat het wel expres dik moet zijn aangezet. Maar zo opgewekt als 11th Dimension klinkt, zo dreinerig is de zang in Glass. Hij kon het toch niet laten.
(Totally/Konkurrent)
Pop * * * *
Daar is hij dan, de nieuwe Annie. Platenmaatschappijen wisselden, de tracklist werd constant omgegooid, single I know UR Girlfriend Hates Me kwam er niet eens op en wat houden we over? Een schoolvoorbeeld van hoe perfecte pop moet klinken. De electropopsynths glijden rustig door de nummers heen: voor een popprinses is de Noorse in zang en klank opvallend subtiel. Zo lief als haar zang klinkt, zo vilein zijn haar woorden: ‘My lips are better than your tricks / You know you never had my hips’. Ondanks de tumultueuze voorgeschiedenis klinkt onze Annie uiterst zelfverzekerd.
Ook wij van Revu hebben Angels uit volle borst meegezongen. Daar waren niet eens pitchers bier voor nodig. Robbie Williams moet vooral cheesy zijn, alleen niet zoals op deze plaat. Van pianoballads tot electro-uitstapjes, het zijn herhalingen van zetten zonder uitschieter. Het klinkt vertrouwd door de degelijkheid. Maar hij gaat de mist in met songteksten als: ‘The Egyptians built their pyramids / The Romans did what they did.’ En Williams zingt in de Eurythmics-parodie Last Days Of Disco: ‘Don’t call it a comeback’. Dat waren we ook niet van plan.






















