Archief: Gezegende bonen genezen homo’s

Eind 2008 maakte Ivo van Woerden voor Nieuwe Revu een verhaal over het homohealingsweekend Journey into Manhood. Ivo ging undercover en beschreef hoe de te ‘genezen’ homo’s aan de hand van het verhaal van Sjakie en de bonenstaak proberen van hun homoseksuele gevoelens ‘af te komen’. Lees nu het volledige artikel van toen: ‘Gezegende bonen genezen homo’s’

 

 

Gezegende bonen genezen homo’s
Undercover tussen de medicijnmannen

Guess what: Homo’s kunnen genezen worden! Althans: Dat beweert ‘People can change’. Dit najaar organiseerde de Amerikaanse homohealingsgroep een Journey into Manhood-weekend in Engeland. Revu ging undercover om te kijken wie er beter willen worden, waarom en hoe. ‘Homo’s zijn als kannibalen.’

Het lijken de tien ge¬boden wel: Gij zult geen seks hebben tijdens dit weekend. Gij zult niet met derden over de identiteit praten van de mannen die aan dit weekend deel¬nemen. Wat gij binnen de groep hoort, blijft voor altijd binnen de groep. Gij zult de geheime locatie niet aan derden bekend maken. Gij zult geen homohater zijn. En gij zult een ervaring ondergaan die u op weg helpt de mannelijkheid te (her)vinden.
Dit najaar organiseerde de Amerikaanse organisatie People Can Change het 36ste ultrageheime homohealingsweekend Journey into
Manhood (JiM). Hoewel de meeste weekenden zich in Amerika afspelen, bedient de groep sinds een jaar ook de Europese vraag naar genezing van homoseksuelen. Deze editie vond plaats op de YMCA Fairthorne Manor, vlak bij het Britse Southampton.
33 mannen vulden vooraf de uitgebreide vragenlijsten over geloof en seksualiteit in. Daarna werden ze toegelaten om de kans te krijgen te genezen van hun ongewenste homoseksuele verlangens. Het leverde een groep op van veelal hoger opgeleide mannen tussen de 20 en 50 jaar uit dertien landen, christenen, orthodoxe joden, moslims en Hindoestanen.
Sommigen zijn verloofd of getrouwd, een aantal hebben nog nooit openlijk over hun homoseksuele gevoelens gesproken en anderen zijn in de war en zeggen: ‘Ik weet dat God van mij houdt zoals ik ben. Maar volgens de bijbel is dit een grote zonde dus kan het niet goed zijn dat ik dit voel.’
Ik vertegenwoordig de Nederlandse delegatie en dat op zich zorgt al voor opmerkingen. ‘Nederland is toch zo tolerant, wat doe jij hier?’ Als ik antwoord dat Nederland zich weliswaar tolerant presenteert ten aanzien van homo’s, maar dat ik in mijn kerkelijke omgeving niet mezelf durf te zijn en dus hier ben gekomen, knikt men goedkeurend.
Giovanni uit Sicilië stelt zichzelf vrijdagavond voor in de groep, na een hele middag vol geheimzinnige therapieoefeningen. ‘Ik kom uit een samenleving waar macho zijn heel belangrijk is. Ik leid een dubbelleven en ik wil dat niet meer. Ik heb God gevonden en nu wil ik een vrouw en kinderen.’
Eerder die dag zag ik Giovanni in de vroege trein naar een plek op ¬anderhalf uur van Londen waar niets anders te vinden is dan een viaduct, een benzinestation en het Railway Cafe. Giovanni droeg hippe kleding en keek nerveus om zich heen. Ik zag al snel meerdere mannen die met een routebeschrijving en een weekendtas of rugzak langs de Pink Mead Farm een bosweg opliepen om daar voor een houten kot waar de verf van afbladderde te wachten tot de ‘levensveranderende ervaring’ zou beginnen. In het volle besef dat er geen weg terug is, sloot ik me bij hen aan.
‘Identiteitsbewijs alstublieft,’ zegt een man achter een tafel. ‘Hier en hier een krabbel zetten.’ Hij wijst naar twee A4’tjes met geheimhoudingsclausules. ‘Tas in de hoek zetten. Je slaapt in kamer 1.’

Tergende panfluitmuziek
We worden één voor één het bos ingestuurd. Vijf mannen wachten ons op. Ze houden een stok vast met daaraan een rood vlaggetje. Om hun nek hangt een ketting met een lederen zakje. Ze zeggen: ‘Wat maakt jou tot een man?’ en ‘Wie is verantwoordelijk voor jouw reis?’ Op de sociaal wenselijke antwoorden ‘Mijn lichaam’ en ‘Ik’ knikken ze. ‘Wat zit er in dat zakje,’ vraag ik. De laatste man schiet in de lach. ‘Daar kom je vanzelf achter.’ Hij wijst naar een gebouw. ‘Ga daar in de kring zitten.’
Met tergende panfluitmuziek op de achtergrond zoeken alle deelnemers één voor één een plek. ‘Is iedereen binnen?’ vraagt een dikke man met een baard die de hele tijd heeft gemediteerd. ‘Ja? Doe de container dicht!’
Anton komt in de cirkel staan en zegt: ‘Voordat jongens in Afrikaanse stammen een man worden, moeten ze een ritueel doormaken. Ze worden herboren en leren hoe ze met woede, liefde, angst en verdriet om moeten gaan. In de westerse wereld ontbreken die rituelen.’
Hij begint met het voordragen van het verhaal Sjaak en de bonenstaak. ‘Sjaak moet van zijn moeder hun oude koe verkopen op de markt, anders kunnen ze geen eten kopen.’
Een jongen springt in de cirkel. Hij speelt Sjaak en ruilt de koe voor ‘magische’ bonen. Als hij die aan zijn moeder laat zien, gooit ze die met grote gebaren weg. Anton: ‘De volgende morgen stond er een bonenstaak.’
Dan volgt zijn uitleg: Sjaak moet volwassen worden en voor het gezin gaan zorgen. Hij ruilt de koe voor iets mannelijks: zaad. De bonenstaak stelt een penis voor die Sjaak moet ¬beklimmen om zijn mannelijkheid te vinden. Anton: ‘The Journey begins…’

Kokhalzen
‘Homo’s zijn als kannibalen,’ zegt Anton die zich tijdens JiM ook wel de Stamoudste noemt. ‘Kannibalen eten de mannen op die ze zelf zouden willen zijn. Als man met homoseksuele gevoelens voel je je aangetrokken tot mannen die iets hebben dat jij mist. Je wilt ze verslinden. Je wilt dat ze bij jou horen, zodat je weer heel wordt.’
Tijdens de JiM-weekenden gaat het erom dat mannen zichzelf ¬leren te genezen en elkaar daarbij ondersteunen. Een van de uitputtend gevolgde methodieken is aanraking zonder seksuele intentie. De zestien stafleden krijgen er gedurende het weekend zelf ook geen genoeg van: er wordt geknuffeld, men loopt arm in arm en tijdens ¬groepsopdrachten masseren ze elkaars nek en schouders.
‘Ik deel jullie zo allemaal in groepjes op en dan ga je samen op de grond zitten,’ zegt Harry, de initiator van dit weekend. ‘Sluit je ogen en laat je knuffelen.’ De bedoeling is dat we in de armen van een van de stafleden ons ‘inner child’ opzoeken.
Leon komt uit Londen en is verslaafd geweest aan gokken en drugs. Hij wil zijn leven beteren én zijn mannelijkheid hervinden. Hij ligt in de armen van staflid Riaan uit Zuid-Afrika. Op de achtergrond klinkt How Could Anyone van
Shania Noll. ‘Denk aan dat jongetje, dat lieve kleine jongetje. Dat onbezorgde jongetje,’ fluistert Riaan in Leons oor. ‘Je rent door een veld en ziet de zon. Overal staan bloemen. Dat jongetje is lief en onschuldig. Het is het gouden kind dat in je huist.’
Daarna zingt hij mee met het refrein ‘How could anyone ever tell you / You were anything less than beautiful/ How could anyone ever tell you/ You were less then whole’ en knuffelt hem.’
Leon begint te hoesten en te kokhalzen. Snel wordt hij rechtop gezet. Er rolt een traan over zijn wang. ‘Hè,’ zegt hij. ‘Dat was lekker.’
Als we allemaal aan de beurt zijn geweest is het tijd om de stapelbedden op te zoeken. We slapen met zijn zessen op een kamer, onder het toeziend oog van een chaperonne.

‘Heb je je aangetrokken gevoeld tot iemand in de groep? Doe dan een stap naar voren,’ zegt Harry de volgende ochtend als we na het ontbijt weer in een cirkel staan. Giovanni gehoorzaamt gedwee en moet nu een oefening voordoen die ‘clearing’ heet. Giovanni wijst Perry aan, een jongen uit Belfast die er hooliganachtig uitziet. Perry moet tegenover hem gaan staan. Tussen hen in komt een stok met een rode vlag. ‘Dit is een spiegel voor jou, Giovanni, en een schild voor jou, Perry,’ zegt Harry. Giovanni moet nu dingen opnoemen die hij in Perry ziet. ‘Brede schouders, sterke gelaatstrekken, gouden ring.’
Daarna moet Giovanni zeggen wat hij over Perry denkt: ‘Dat hij getrouwd is. Dat hij heel zelfverzekerd is. Dat hij veel naar de sportschool gaat. Dat hij sterk is. Ik zou ook zo willen zijn en ga hem daarom bewust uit de weg. Als ik in de kerk zit en ik zie mannen met trouwringen, ben ik ook altijd jaloers.’
Eindelijk mag Perry reageren: ‘Grappig om te horen wat iemand anders van je denkt. Sommige dingen kloppen, maar andere zijn helemaal niet waar.’ Giovanni moet hem een voorstel doen: ‘Wil je een vriend van me zijn en straks met me lunchen?’ Dat wil hij wel.

Porno, drugs, gokken
Anton legt uit dat Sjaak langs de staak omhoog is geklommen en in een kasteel een kip met gouden eieren, een zingende harp en een schone jonkvrouw is -tegengekomen.
Een man met een hoedje op springt in de cirkel. Hij draagt een bodybuildersriem.
Anton: ‘Sjaak komt de reus tegen. Hij is bang, maar ook opgewonden. Hij slaat op de vlucht. Hij neemt de jonkvrouw mee en klimt langs de bonenstaak naar beneden. Daar vraagt hij zijn moeder om zijn bijl. Hij hakt de staak om. De reus stort neer en is dood.’
Goud staat volgens Anton in mythische verhalen voor een schat en voor ¬onschuld. ‘In ieder jongetje zit goud.’ Muziek betekent volgens hem iets spiritueels en goddelijks. ‘Jongetjes leren normaal gesproken over een connectie met een hoger wezen van hun vaders of mentoren. Zo ontdekken ze dat ze niet hun eígen ego centraal hoeven te stellen, maar iets groters en beters. Pas dan kunnen ze oprechte vreugde en vrede ervaren die voor mannen zonder dit besef niet haalbaar is. De schurk noemen we een schaduw. Dat is het destructieve en pijnlijke in ons. Iedere jongen moet om man te worden in de ogen van zijn schaduw kijken en hem een gezonde plek geven, anders neemt hij die overal mee naartoe.’
We doen een meditatieoefening waarbij iedereen zijn eigen goud en schaduw moet vinden. Staflid Andrew neemt het woord: ‘Waaruit bestaat dat goud? Is het liefde? Kracht? Wijsheid? En wat zit er in de schaduw? Is het angst, afwijzing, jaloezie? Wat heb je meegemaakt dat pijn deed en dat is gebundeld in die schaduw?’ We schrijven het allemaal in een kladblok.
‘Vreugde, woede, angst en verdriet zijn de kernemoties,’ predikt Harry. ‘Omdat we bang zijn om die emoties te voelen bedekken we ze door bijvoorbeeld hard te werken, door veel te eten, of te sporten, porno te kijken, drugs te gebruiken, te gokken, alcohol te drinken enzovoorts. Maar als je door een negatieve emotie heen breekt, kom je altijd bij vreugde uit.’

Het échte werk
En dan is het tijd voor het échte werk. In kleine groepen gaan we naar verschillende locaties. Mijn groep bestaat uit acht mannen en vier begeleiders. We staan op de derde etage, bij de slaapvertrekken. ‘De bedoeling is dat je één voor één in de kring vertelt wat er in je schaduw zit,’ legt staflid Sonny uit. Al snel blijkt dat de begeleiders elkaar in de oren fluisteren hoe de confrontatie met de schaduw het beste kan worden opgezocht. Timo moet opstaan tegen zijn vader die hem altijd voor schut heeft gezet toen hij met het Leger des Heils op de markt muziek ging maken. Hij zit op zijn knieën voor een opgerolde matras. Hij scheldt en tiert en slaat daarna met een tennisracket op de matras in tot hij niet meer kan.
Randy neemt het stokje over en moet het jongetje zien te wurgen dat hem op de middelbare school uitschold voor ‘mietje’. Aaron moet daarna zijn broer de waarheid vertellen, omdat die hem vroeger op zijn knieën heeft gedwongen om hem te pijpen en hem vervolgens in zijn mond plaste.
Rufus moet de confrontatie opzoeken met zijn broer die hem altijd het leven zuur heeft gemaakt, maar hij zegt: ‘Ik wil niet met hem in discussie gaan want dat heeft geen zin.’ Sonny en begeleider Toni praten net zo lang op hem in tot hij toegeeft. ‘Juist, Rufus. Sla hem, hij moet dood.’ Sonny legt een ballon op de grond. ‘Dat is zijn hoofd, trap er maar op.’ De ballon knalt, Rufus zucht. Hij is kapot.
Hilarisch is de therapie die voor Lennart uit Antwerpen wordt bekokstoofd. ‘Mijn ouders hadden al vijf jongetjes,’ vertelt hij schoorvoetend. ‘Ze wilden nu wel eens een meisje, maar ik werd het.’ Toni en Sonny bedenken dat hij opnieuw geboren moet worden. Daartoe ¬opgedragen wijst hij mij aan als moeder en Randy als vader. Toni drapeert twee doeken over een stoel. Wij als ‘ouders’ gaan ervoor zitten. De andere mannen moeten voor ons op handen en voeten zitten en vormen zo het geboortekanaal. We krijgen een gordijn om Lennart in op te vangen als hij eruit komt. Toni draagt mij op om als moeder ‘oh, het is een jongetje en we zijn er zo blij mee!’ te roepen.
Dan komt Lennart aangelopen met Sonny. Ze zijn allebei poedelnaakt, zodat Lennart zich niet alleen hoeft te voelen. Hij gaat aan het begin van het ‘geboortekanaal’ staan. ‘Maak persgeluiden,’ fluistert Toni in mijn oor. Ik kreun en steun erop los.
‘Je ziet het hoofdje al,’ souffleert Toni.
‘Ik zie het hoofdje al,’ zeg ik verbaasd. ‘Wat zou het zijn? O, het is een ¬jongetje! En wat zijn we blij met hem, hè pa?!’
Lennart krijgt plotseling een hoestaanval, waarna zijn gekuch langzaam verandert in zacht snikken. Als hij bijkomt, vraagt Sonny: ‘Hoe voel je je?’ Lennart beweert dat het fijn was en dat hij vooral geraakt werd door de warmte en liefde die hij voelde.

Scheldkannonade
Nu is er ook voor mij geen ontkomen meer aan. Ik moet terugdenken aan wat ik bedacht heb als mijn ¬schaduw: hoe ik gepest werd op de basisschool. Toni vraagt waar ik verdriet voel, legt zijn hand op mijn middenrif en vraagt of ik mijn ogen wil sluiten. Daarna volgt dezelfde scheldkannonade als weleer. Al snel stromen de tranen over mijn wangen en begin ik te hijgen. ‘Goed zo, goed zo,’ zegt hij. ‘Volg je lichaam. Wil je zitten, wil je overgeven.’ Ik roep op alles nee en hoef opmerkelijk weinig te faken. Als het voorbij is, willen ze de leegte die ik zou moeten voelen, opvullen met warmte. Iedereen in de groep wrijft zijn handen snel tegen elkaar om de hitte die zo vrijkomt naar mij te stralen. Het is goed bedoeld, maar de energie komt niet bij mij aan: ik ben uitgeput.
De avond gaat verder met het schrijven van een brief aan je ideale vader. Hierna moeten we rondlopen en iemand aanwijzen om ons vast te houden. Die zal de brief ook zachtjes voorlezen. ‘Het zou kunnen dat je hier opgewonden van raakt,’ waarschuwt Harry. ‘Het geeft helemaal niets.’
We moeten achterelkaar als een enorme rups naar buiten lopen. In een gymzaal staan kaarsjes op een tafel. ‘Pak er eentje en vorm een cirkel. Loop nu naar achter,’ zegt Andrew. Als we tegen de muur staan, zegt hij: ‘Zien jullie dat al die kleine lichtjes ineens de hele ruimte verlichten? Als dit weekend is afgelopen gaan jullie naar huis. Maar blijf met elkaar in verbinding. Ook al ben je ver weg, je bent en blijft onderdeel van de groep.’

Enorme potentie
Het is 7 uur zondagochtend en we staan buiten op het basketbalveld. Terwijl Toni met een kopje brandende salie rondloopt, moeten we nog één keer zeggen hoe we ons voelen. ‘Blijdschap,’ hoor ik. Maar ook: ‘Verdriet omdat het bijna is afgelopen.’ Giovanni: ‘Na de doorbraak van gisteren wil ik er vandaag echt alles proberen uit te halen.’
Deze laatste JiM-dag staat in het teken van de relatie tot de vrouw. Binnen staan we geblinddoekt in de ruimte en horen we de stafleden woorden als slet, hoer, moeder en diva roepen. Als we de blinddoek afdoen, liggen er allerlei slipjes, bh’s, kookspullen en kussens op de grond. ‘Kies er instinctief eentje uit en neem die mee.’ We worden weer in groepjes opgedeeld om net als gister een trauma onder de loep te nemen.
In mijn groep blijkt bijna iedereen een probleem met zijn moeder te hebben. Daarom hang ik bijvoorbeeld als Perry’s verstikkende moeder om zijn nek en draagt Stefanos een bh’tje met twee sinaasappels erin. Perry moet mij los zien te wrikken om bij zijn ‘ideale vrouw’ Stefanos te komen. Dat lukt.
Later komt de Griek zelf aan de beurt. Hij weet niet hoe hij vrouwen moet benaderen voor een date en hoe het dan tot seks moet komen. Daarom krijgt Stefanos een honkbalknuppel tussen zijn benen. ‘Voel maar eens hoe zwaar dat is,’ zegt Sonny. ‘Jij bent de voortplanter! Dat zijn kloten. Je moet niet met je hoofd denken.’
‘Wat me opvalt is dat hier helemaal geen verwijfde types zijn,’ zegt Perry tijdens de lunch. ‘Iedereen hier is eigenlijk heel gewoon.’ Hij kijkt nog eens tevreden om zich heen. Met frisse moed schrijft hij zijn emailadres bij verschillende mannen in hun kladblok.
’s Middags moeten we tijdens de medi¬tatie nadenken over alle negatieve gevoelens die we dit weekend hebben losgelaten. ‘Ga buiten in het open veld zitten en schrijf op wat je vandaag en in de toekomst nog kwijt wilt raken. Als je de trom hoort, kom dan snel.’
Nadat iedereen liggend in het gras of leunend tegen een boom heeft zitten schrijven, klinkt de trom uit het bos. Er blijkt een open plaats te zijn met een tribune. ‘Gooi wat je opgeschreven hebt en wat je kwijt wilt raken in het vuur,’ zegt Andrew. De vlammen likken aan de papiertjes en op de achtergrond klinkt Clannad.
‘Sjaaks moeder verwelkomt hem niet als een jongen, maar als een man nu hij de bonenstaak heeft omgehakt en de reus heeft gedood,’ vertelt Anton. De Sjaak heeft een zakje in zijn handen. Hij houdt het omhoog.
Anton vervolgt: ‘Bij de omgevallen ¬bonenstaak vindt Sjaak magische zaden. Hij doet ze in een zakje en draagt het om zijn nek om zijn avontuur te kunnen herinneren. Hij kan niet wachten ze ooit aan zijn eigen zoon te geven.
The End.’
We staan nog een laatste keer in een cirkel. Het is de bedoeling dat we één voor één naar voren stappen. Net als de rest onderga ik het afsluitende ritueel. ‘Zeg je naam hardop.’ Anton hangt een lederen zakje om mijn nek. Er zitten bonen in. Hij zegent het. Voor me vormt zich een rij. ‘Dit is je broeder Toni. Het goud dat ik in jou zie, is liefde.’ Anderen zeggen kreten als ‘kracht,’ ‘een groot hart’ en ‘een enorme potentie om een echte man te worden.’
Terwijl we de ruimte uitgaan, kijken we elkaar weer één voor één in de ogen. Bijna iedereen lacht. Het is eindelijk tijd om naar huis te gaan. Op het station zie ik Giovanni terug. ‘Ik heb nog nooit mijn gevoelens kunnen delen. Ik ben bang om naar huis te gaan. Bang dat ik weer word wie ik was.’ Ik begrijp hem niet, want ik kan juist niet wachten tot ik weer terug ben in Nederland. Waar mijn familie en vrienden mij en mijn vriend volledig accepteren en waar ik me niet gedwongen voel om mezelf te veranderen in iets wat ik niet ben.

Alle namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Dit artikel is geplaatst in Uit het archief met de volgende tags , , .