Het voelt enigszins triomfantelijk en dat is een gevoel waar Graaimeter niet graag aan toegeeft. Hij schaamt zich bijna om een eerdere zinsnede over Ronald Koeman te moeten herkauwen. En toch kan je financiële keurmeester het niet laten om te refereren aan een recente observatie over de ontslagen AZ-trainer. Dat congé lag voor de hand. Niet omdat Koeman een nare man is (in tegendeel), maar omdat hij model staat voor de middelmatige poldergeest waar ons land mee is vergiftigd. Koeman is, schreef Graaimeter op 9 augustus, ‘een man die eerst zijn exit regelt en pas dan gaat werken. Deze wanstaltige CAO-mentaliteit zal AZ geen glorie brengen.’
Dat was natuurlijk een galant eufemisme. Koeman heeft slechts ellende gebracht. De trainer, die volgens ongeverifieerde voetballogs weer een afkoop tegemoet ziet, dreigt een tweede Aad de Mos te worden: een man die langs de lijn veel commentaar levert, maar eenmaal aangenomen eerst zijn oprotvergoeding uitonderhandelt om mogelijke falen af te dekken. Bij Valencia ontving hij 6 miljoen euro voor een half seizoen stuntelen.
Voor dergelijk types is anno 2009 even geen plaats. Britse academici toonden al eens aan dat opzoutpremies de terreur van het voetbal zijn. Zij moedigen wanpresteren aan. Koeman denkt als een bankier. Zijn bonus gaat voor de winst van de club. Het is allemaal niet strafbaar, je zou het zelfs zakelijk kunnen noemen, maar het is wel tekenend.
Ronald Koeman is een generatie later geboren dan AZ-kampioenstrainer Louis van Gaal. Deze überschoolmeester moest vroeger aardappelen schillen. Toen Koeman deze herfst een biografie van de oude meester kreeg aangeboden, smeet hij het boek hooghartig weg. Verwend pubergedrag was dat. De club had hem tóen al moeten ontslaan.







