* * * * *
Sciencefiction van Duncan Jones
In de bioscoop vanaf 15 oktober
Geslaagde missie hoor, die nieuwe Star Trek. Maar waar is de sciencefiction gebleven die het aandurft wezenlijke vragen te stellen over onze plek in het universum? Het verlossende woord komt van Moon van regisseur Duncan Jones – zoon van David Bowie – die met dit sterke debuut zijn eigen Space Oddity creëert.
Veel heeft Jones niet nodig: één locatie, één acteur. Sam Rockwell is Sam Bell, een astronaut die in z’n eentje toezicht houdt op het winnen van energiebronnen aan de donkere kant van de maan. Nog een paar weken en zijn driejarig contract zit erop. Eindelijk terug naar huis, eindelijk terug naar vrouw en kind. Hoog tijd ook, want langdurige eenzaamheid doet vervelende dingen met het menselijk brein. Hoe vervelend en hoe ingrijpend, ondervindt Sam na een ongelukje tijdens een autoritje buiten de basis.
Moon is zo’n film die je als recensent eigenlijk met rust moet laten. Er mogen inspiratiebronnen worden genoemd – 2001: A Space Odyssey, Solaris en nog zo wat klassiekers – maar eigenlijk is een verwijzing naar het werk van Philip K. Dick al te veel van het goede. ‘Ben ik wel wie ik denk dat ik ben?’ vragen de personages uit Dicks boeken zich vroeg of laat af. Ook Sam loopt tegen die vraag op. En wij denken met hem mee, tot het bittere, aangrijpende eind.







