Typisch gevalletje van in het heetst van de strijd doet men rare dingen. Tennismeisje Serena Williams (de jongere zus) ging zondag tijdens de halve finale van de US Open behoorlijk door het lint. Kim Clijsters (de Belgische die later op de dag het Grand Slam-toernooi riant won) haalde het bloed onder Williams’ nagels vandaan door een punt te scoren. Of eigenlijk was het de lijnrechter die vond dat Williams een voetfout maakte en daardoor Clijsters een punt toekende. Was niet zo goed voor de sfeer, want Williams ging flink los op de lijnrechter. Vrij vertaald riep ze: ‘Ik zweer bij God, ik pak deze bal en duw ‘m door je strot heen. Hoor je dat?’ Uiteindelijk leverde het Williams een nederlaag op én een fikse boete van 10.000 dollar. Oftewel: de hoogste boete voor onsportief gedrag. Komt nog vijfhonderd dollar bij omdat ze een racket heeft vernield. Maar ach, met het behalen van de halve finale van de US Open heeft Miss Williams al 375.000 dollar in haar bankrekeningboekje kunnen bijschrijven. Dan maakt zo’n boete natuurlijk niets uit.
Williams mag zich met haar withete actie aansluiten bij oud-tennisser Tim Henman. In 1995 werd hij tijdens een wedstrijd zo kwaad dat hij een bal met grote vaart wegsloeg. Echter, die bal raakte per ongeluk frontaal een tennismeisje. Hij werd gediskwalificeerd. Vijf jaar eerder gebeurde dat al met John McEnroe. Hij sloeg onder meer zijn racket kapot en schold de scheidsrechter uit. Hij vond het nog niet genoeg en spuugde ook nog even op diens schoenen. Dat was zijn derde overtreding en daarmee werd hij gediskwalificeerd. Extra zuur was het dat de regels net voor die wandaad waren veranderd: in plaats van vier overtredingen, mocht je nog maar drie keer uit de pas lopen. Maar dat bleek niemand McEnroe verteld te hebben. Oeps.








