Op het filmfestival van Cannes was het eind mei de Deense regisseur Lars von Trier die met zijn bloederige relatiedrama Antichrist – met genitale automutilatie – voor de meeste ophef zorgde. Op het filmfestival van Venetië, dat net is begonnen, zorgen vooralsnog alweer de Denen voor de eerste opschudding, of in elk geval: voor de eerste vertoning waarbij een deel van het publiek al na enkele minuten de zaal verliet. De uitloop werd veroorzaakt door de extreem gewelddadige vechtscènes in Valhalla Rising, van Nicolas Winding Refn. Zijn vikingepos draait rond de mythische krijger One Eye, een ijzersterke rol van Mads Mikkelsen. De acteur werd buiten Denemarken vooral bekend door zijn rol als de bloed huilende schurk Le Chiffre in Casino Royale, maar Mikkelsen speelde een van zijn eerste rollen in de debuutfilm van Winding Refn, Pusher (1996). Valhalla Rising gaat over de bloedige confrontatie tussen Christenen en heidenen, met Viking Mikkelsen als een soort Christusfiguur tegen wil en dank.
De letterlijk duistere film deed denken aan The Road, die eerder op de dag stond gepland. Het is de langverwachte verfilming van het boek van Cormac McCarthy, tevens schrijver van de Oscarwinnaar No Country for Old Men. Was in die film nog ruimte voor zwarte humor, in The Road, van John Hillcoat, is nauwelijks plaats voor ook maar een sprankje daglicht. In een postapocalyptisch landschap waarin met enige moeite Amerika valt te herkennen is Viggo Mortensen met zijn zoon op zoek naar voedsel maar vooral naar een beter oord. Het is ieder voor zich; de zwakkelingen worden domweg opgegeten. The Road is geen postapocalyptische actiefilm als Mad Max maar een deprimerend drama over restjes hoop tegen beter weten in. En de half-Deense Viggo Mortensen (zijn vader is een Deen) stelde met een sterke acteerprestatie zijn Oscarnominatie alvast zo goed als veilig. Mikkelsen en Mortensen in topvorm: daarmee was de eerste echte festivaldag in Venetië voor de Denen.





